Opent in een nieuw tabblad

Ook een goed HbA1c vraagt om een fris gesprek

Het dragen van een glucosesensor en/of insulinepomp kan voor de buitenwereld zichtbaar maken dat je diabetes hebt. Niet iedereen wil dat. Tegelijkertijd kan deze technologie het makkelijker maken om de diabetes te reguleren. Wat zwaarder weegt, verschilt per persoon en kan in de loop van de tijd veranderen. Hoe houd je als zorgprofessional oog voor de veranderende behoeften van de persoon tegenover je? Een casus van internist-endocrinoloog Arianne van Bon.

Zo ook bij de heer K. (40). Hij heeft inmiddels tien jaar diabetes type 1. Zijn werk vereist volledige focus en schommelingen in de glucosewaarden kunnen een bron van verstoring zijn. Daarom moet zijn glucose goed gereguleerd zijn. Met andere woorden: tijdens zijn werk heeft hij een dubbele focus, op zijn diabetes en op zijn werk. Dit voelt oneerlijk en onrechtvaardig.

Met pentherapie slaagt hij erin een uitstekende regulatie te bereiken, met HbA1c-waarden onder de 53 mmol/mol. Dit is het resultaat van hard werken: voor de maaltijd insuline toedienen en twee uur na de maaltijd eventueel corrigeren, rekening houdend met verschillende koolhydraat-insulineratio’s. Deze verschillen van dag tot dag, afhankelijk van of hij wel of niet sport. Hij doet aan krachtsport en ons gesprek meandert van vechtsport naar de beeldspraak van vechten tegen diabetes.

Jaren terug gaf hij aan liever geen zichtbare diabetesdevices te willen dragen. Toch sluiten we het gesprek af met de gedachte dat een combinatie van insulinepomp en glucosesensor hem mogelijk kan helpen bij zijn gevecht tegen diabetes. Hij besluit zich hierin te gaan verdiepen en te onderzoeken wat deze stap bij hem zou oproepen. Het doel is om de diabetes schaakmat te krijgen; winnen is niet mogelijk. Bij een volgend consult komen we hierop terug.

Nabeschouwing

Wat kunnen we hier als diabeteszorgverleners van leren? Diabetes is en blijft een ziekte met veel impact, vaak groter dan we ons tijdens een consult realiseren. Door in onze gesprekken aandacht te houden voor acceptatie van diabetes, ook bij mensen met een goed HbA1c, creëren we een sfeer waarin patiënten zich vrij voelen om dit met ons te bespreken.

Een tweede punt van aandacht is dat de omgang met diabetes in de loop van de jaren kan veranderen. Mensen gaan door verschillende levensfasen heen, zoals de puberteit, zelfstandig gaan wonen, een nieuwe baan, een huis kopen of meer of minder aandacht voor leefstijlfactoren. Deze levensfasen hebben invloed op de omgang met diabetes.

Als zorgprofessionals volgen wij mensen met diabetes vaak jarenlang en leren we hen goed kennen. Dat kan ook een valkuil zijn: je denkt te weten wat iemands voorkeuren zijn, terwijl deze kunnen veranderen. Het blijft daarom belangrijk om een frisse blik te houden en altijd oog te hebben voor de levensfase waarin de persoon tegenover je zich bevindt.

Arianne van Bon is internist-endocrinoloog bij Rijnstate Arnhem en redactielid DiabetesPro 

Vorig bericht

Mensen met diabetes hebben na trauma vaker ernstige PTSS-klachten

Volgend bericht

Kijk hier het webinar terug met de EASD Highlights 2026