‘Een puber die met een slecht gereguleerde diabetes op het spreekuur komt, weet dondersgoed dat het niet goed gaat. Dat hoef ik hem of haar niet te vertellen. Met opgelegde leefregels bereik ik niets. Ik wil weten wat hen echt bezighoudt en kijken of ik daar aanknopingspunten zie.’

Rianne de Kruijf werkt als kinderdiabetesverpleegkundige bij St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Onlangs vierde ze haar veertigjarig dienstverband, waarvan ze twintig jaar werkte als kinderdiabetesverpleegkundige.
Bij jongeren met diabetes type 1 gieren de hormonen door het lijf. Dat heeft niet alleen effect op groei en glucosewaarden, maar ook op hun mentale functioneren. Kinderdiabetesverpleegkundige Rianne de Kruijf kiest daarom bewust voor een praktische insteek: ‘Tieners leven in het nu. Ze zijn vooral te motiveren voor aanpassingen die direct resultaat geven. Wat levert het nú op als ik iets verander?’
Positieve gezondheid
Voor zorgprofessionals is het niet eenvoudig om aan te sluiten bij de leefwereld van pubers. Jongeren geven dikwijls sociaal wenselijke antwoorden, hebben het feilloos door als je een dubbele agenda hebt en als je te veel oordeelt, ben je ze kwijt. Tegelijkertijd heb je als diabetesverpleegkundige de plicht om goed voor te lichten en de diabetes nauw te volgen. Best een dilemma, meent Rianne, maar ook een uitdaging om dat te combineren. ‘Ik werk vanuit positieve gezondheid en bespreek vandaaruit met de jongeren waar ze ondersteuning nodig hebben. Zij houden daarbij altijd zelf de regie.’
Zelf bedenken en benoemen
Maar hoe geef je jongeren die regie? Rianne doet dat met kleine stapjes en zonder oordeel. ‘Als ik zie dat een meisje zichzelf geen of veel te weinig insuline geeft, vraag ik: op welk moment van de dag zou het misschien wél lukken? Zegt ze: “met het avondeten”, dan vraag ik hoe ze dat kan aanpakken, hoe dat eruitziet en of ze daarbij hulp zou willen en zo ja, van wie. Het is belangrijk dat ze het zelf bedenkt, benoemt en concreet maakt, want als je het allemaal voorkauwt, is haar puberbrein dat de volgende dag weer vergeten. Op basis van haar antwoorden, maken we samen een plannetje en komen daar de volgende keer op terug.’
‘Het klinkt simpel, maar vaak leggen ze zelf die link niet’
Beter doorslapen
Rianne haalt gespreksonderwerpen zo dichtbij mogelijk. ‘Als dat lukt, heb je een heel ander gesprek’, zegt ze. ‘Laatst kwam een jongen op het spreekuur met torenhoge bloedsuikers. Hij gaf toe veel dorst te hebben, maar daar had hij geen last van, want dan dronk hij gewoon wat extra. Ik had dus geen ingang, totdat ik hem vroeg of hij ’s nachts goed doorsliep? Dat bleek niet het geval, hij moest er ’s nachts wel drie keer uit om te plassen. Ik stelde hem voor om wat meer insuline te gaan toedienen. Hierdoor zouden zijn glucosewaarden dalen, zou hij minder dorst hebben en ’s nachts waarschijnlijk ook minder zijn bed uit hoeven om te plassen. Het klinkt simpel, maar vaak leggen ze zelf die link niet.’
Schimmelinfecties
Bij meisjes die al seksueel actief zijn, vraagt ze of ze weleens pijn hebben bij het vrijen of last hebben van schimmelinfecties. ‘Veel meisjes worstelen daarmee. Ze halen crèmepjes bij de drogist, maar die werken niet als je steeds hoge glucosewaarden hebt. Veel glucose in de urine is een ideale voedingsbodem voor schimmels. Bovendien kunnen slijmvliezen uitdrogen door hoge bloedglucosewaarden en dat kan pijn geven. Als meisjes dit verband zien, hebben ze een directe reden om te werken aan betere waarden.’
‘Bij mij kunnen ze het niet fout doen: ze mogen vallen en ik help ze weer opstaan’
Chagrijnig en prikkelbaar
Op zoek naar ingangen om diabetes dichtbij het nu te brengen, bespreekt Rianne ook wat hoge glucosewaarden doen met gedrag. ‘Ik vraag bijvoorbeeld of vrienden al kunnen inschatten wanneer iemand hoog zit, want daarvan kun je enorm chagrijnig worden. Als jij een gezellige avond wilt, kun je van tevoren even checken hoe je zit. Met een glucosewaarde boven de 20 mmol/L ben je echt minder gezellig, voor je vrienden én voor jezelf.’ Hetzelfde geldt bij een relatie: ‘Pubers willen niet anders zijn dan anderen en hebben het liever niet over diabetes. Maar als je prikkelbaar bent door wisselende waarden, kan je vriendje of vriendinnetje denken dat het aan hem of haar ligt. Zo kan diabetes ongemerkt tussen een liefdesrelatie in komen te staan.’
Iedere puber is anders
Pubers hebben in het dagelijks leven veel profijt van een goede regulatie, maar zijn zich daar lang niet altijd van bewust. Dat probeert Rianne zo tastbaar mogelijk te maken. ‘Iedere puber is anders, dus je zult iedereen op een andere manier moeten benaderen. Om daar zicht op te krijgen, speel ik het niet op de jongere zelf. Ik doe dat vaak via een omweggetje. Ik vraag ze bijvoorbeeld naar hun klas of vriendengroep. Wie pakt er weleens een pilsje, welke sporten doen jullie, waar gaan jullie uit? Zo krijg ik een beeld van de setting waarin ze zitten en kan ik aansluiten bij wat hen bezighoudt, met kleine, haalbare stapjes.’
Veiligheid en vertrouwen
Tot slot benadrukt Rianne dat veiligheid en vertrouwen de basis zijn. ‘Pubers hebben veel aan hun hoofd: loskomen van ouders, een eigen identiteit ontwikkelen, diabetes zo onzichtbaar mogelijk maken en dat maakt ze kwetsbaar. Als ze vastlopen, is dat heel begrijpelijk. Bij mij kunnen ze het niet fout doen: ze mogen vallen en ik help ze weer opstaan. Maar ik daag ze wél uit om na te denken over welke kleine stapjes ze vandaag kunnen zetten die helpen.’

Rianne de Kruijf was betrokken bij het totstandkoming van het boek SuikerPuber van Mariëlle Seegers. Rianne raadt haar collega’s van harte aan het boek te lezen, omdat hierin alle facetten worden belicht vanuit de jongere zelf.



