Het aantal patiënten met diabetes neemt toe. Op dit moment heeft ongeveer dertig procent van de in het ziekenhuis opgenomen patiënten een te hoge glucosewaarde. De verwachting is dat het aantal patiënten met diabetes de komende jaren verder zal stijgen. Het is daarom belangrijk dat elke afdeling in het ziekenhuis weet hoe deze ziekte moet worden behandeld in de kliniek. In het UMC Utrecht ontwikkelden ze hiervoor een ziekenhuisbreed protocol.

Voor de ontwikkeling van het protocol werkte Dorthe Nielsen samen met dr. Vincent Pluimakers, AIOS Interne geneeskunde (links) en dr. Thomas van Sloten, internist-vasculaire geneeskundige van het UMC Utrecht (midden)
In dit artikel beschrijven Vincent Pluimakers, AIOS Interne geneeskunde en verpleegkundig specialist Dorthe Nielsen hoe ze te werk gingen bij de ontwikkeling van dit protocol. Hiervoor werkten ze samen met collega’s van de afdeling Vasculaire Geneeskunde en Endocrinologie, met input van verschillende andere specialismen, waaronder cardiologie, chirurgie, neurologie, neurochirurgie en maag-darm-leverziekten.
Met het nieuwe protocol streeft het UMC Utrecht naar een uniforme aanpak van diabeteszorg binnen het ziekenhuis. Daarbij is het uitgangspunt dat de eigen behandelend arts de diabeteszorg zo veel mogelijk zelf uitvoert. Het doel is tweeledig: betere diabeteszorg leveren en versnippering van zorg tegengaan. Daarnaast wilden we het bestaande protocol gebruiksvriendelijker maken. De informatie was voorheen verspreid over verschillende documenten en daardoor lastig te vinden. Door deze te bundelen in een interactief protocol hopen we dat zorgverleners sneller toegang hebben tot de juiste informatie.
Afdelingsartsen kunnen vaak sneller en efficiënter handelen, zonder extra overleg met een diabetesconsulent of internist
Insuline-bijspuitschema
Als eerste hebben we de bestaande protocollen geïnventariseerd en bekeken welke informatie ontbrak. Daarbij bleek onder meer dat er geen uniform beleid was voor hyperglykemie. Daarom ontwikkelden we een standaard insuline-bijspuitschema. Ook bespraken we welke vervolgstappen een zaalarts zelf verantwoord kan nemen wanneer een patiënt een te hoge glucosewaarde heeft. Deze stappen, zoals het starten van een DPP4-remmer of langwerkende insuline, zijn in het protocol opgenomen.
Interactief doorklikprotocol
Samen met de ICT-afdeling hebben we daarna gekeken hoe deze informatie zo toegankelijk mogelijk kon worden aangeboden. Dit resulteerde in een interactief ‘doorklikprotocol’. De gebruiker wordt stap voor stap naar de juiste informatie geleid. Als eerste kun je aangeven voor wie je informatie zoekt, bijvoorbeeld een zaalarts, physician assistant, verpleegkundig specialist, verpleegkundige of patiënt. Vervolgens kiest de gebruiker het type diabetes, de gebruikte medicatie en het onderwerp waarover informatie nodig is, zoals hyperglykemie, hypoglykemie, het starten van sondevoeding, perioperatief beleid of het gebruik van steroïden. Door deze opzet is de grote hoeveelheid informatie overzichtelijk en snel toegankelijk geworden.
In een diabetesspecifieke checklist staat beknopt welke onderwerpen tijdens de opname met de patiënt moeten worden besproken
Patiënteneducatie
In het protocol is ook expliciet aandacht besteed aan patiënteneducatie. In het UMC Utrecht verrichten diabetesverpleegkundigen geen consulten op de klinische afdelingen. De eerste voorlichting over diabetes wordt daarom verzorgd door de afdelingsverpleegkundige. Om dit zo efficiënt en eenduidig mogelijk te laten verlopen, is een diabetesspecifieke checklist ontwikkeld. Hierin staat beknopt welke onderwerpen tijdens de opname met de patiënt moeten worden besproken. Denk aan het gebruik van diabetesmedicatie, het herkennen en behandelen van hypo- en hyperglykemieën en, wanneer een patiënt met insuline naar huis gaat, instructies over glucosemetingen en het toedienen van insuline.
Taalniveau B1
Op de checklist staan QR-codes die verwijzen naar voorlichtingsvideo’s van Kijksluiter. In deze video’s wordt aanvullende uitleg gegeven over de besproken onderwerpen. De filmpjes zijn beschikbaar in meerdere talen, waaronder Nederlands, Engels, Turks en Arabisch, en zijn opgesteld op taalniveau B1. Door deze combinatie van checklist en video’s wordt gestreefd naar duidelijke en uniforme voorlichting, terwijl de tijdsinvestering voor verpleegkundigen beperkt blijft. Zo krijgen patiënten voldoende kennis en vaardigheden om hun diabeteszorg na ontslag veilig voort te zetten.
Waardevolle feedback
Het protocol is inmiddels bijna een jaar in gebruik. Nadat het online beschikbaar kwam, zijn op alle klinische afdelingen onderwijsmomenten georganiseerd om artsen en verpleegkundigen bekend te maken met het protocol en het gebruik ervan.
Sinds de introductie zijn verschillende updates doorgevoerd, zoals het toevoegen van het geactualiseerde protocol voor perioperatief diabetesbeleid. Ook ontvangen we regelmatig waardevolle feedback van collega’s die in de praktijk tegen onduidelijkheden aanlopen. Deze opmerkingen gebruiken we om het protocol verder te verbeteren.
We merken dat de samenwerking tussen afdelingen eenvoudiger is geworden, omdat iedereen naar hetzelfde protocol kan verwijzen
Geleerde lessen
Drie maanden na de invoering hebben we op verschillende afdelingen de eerste ervaringen geïnventariseerd. Veel collega’s zijn enthousiast over het nieuwe protocol. De informatie is stapsgewijs goed vindbaar en de uniforme bijspuitschema’s worden regelmatig gebruikt. Hierdoor kunnen artsen vaak sneller en efficiënter handelen, zonder extra overleg met een diabetesconsulent of internist. Wanneer dat wel nodig is, blijft laagdrempelig overleg uiteraard mogelijk.
Ook merken we dat de samenwerking tussen afdelingen eenvoudiger is geworden, omdat iedereen naar hetzelfde protocol kan verwijzen. Tegelijkertijd zien we dat sommige collega’s nog meer vertrouwd moeten raken met het zelfstandig zetten van de vervolgstappen die in het protocol zijn beschreven. Dat kost tijd en ervaring.
Een aandachtspunt blijft daarnaast het onder de aandacht houden van het protocol. In een opleidingsziekenhuis wisselt het personeel regelmatig, waardoor nieuwe arts-assistenten en verpleegkundigen steeds opnieuw met het protocol vertrouwd moeten raken. De komende tijd willen we het protocol verder uitbreiden, onder andere door meer patiëntinformatie toe te voegen, specifiek per type diabetes.




