Voorbij vooroordelen en aannames. Goede zorg begint met zien wie iemand echt is

Diversiteit

Zijn dochter hoorde een arts zeggen: ‘Als die 1-7 maar niet denkt dat we hem gaan opnemen.’ Zo’n opmerking blijft hangen, niet alleen bij de patiënt, maar ook bij de familie.

Eind vorig jaar werd ik voor DiabetesPro geïnterviewd over de ontwikkelingen in de diabeteszorg voor mensen met een niet-westerse achtergrond in de afgelopen decennia. Er is in die tijd veel verbeterd. Er zijn waardevolle interventies ontwikkeld en de kennis over cultuur, gezondheid en zelfmanagement is toegenomen. Dat is winst.

Tegelijkertijd is er ook een minder comfortabele werkelijkheid. Mensen met een niet-westerse achtergrond krijgen in de zorg nog geregeld te maken met aannames, vooroordelen en onbegrip, soms openlijk, maar vaker subtiel en onbedoeld. Juist die alledaagse opmerkingen en reflexen kunnen veel impact hebben. Ze bepalen of iemand zich gezien en serieus genomen voelt. Dit is belangrijk voor het krijgen en behouden van vertrouwen in de zorg.

Vanwege mijn achtergrond delen mensen hun ervaringen in de zorg vaak met mij. Die verhalen zijn soms pijnlijk. Opvallend is dat veel mensen hun ongenoegen niet uitspreken. Ze voelen zich afhankelijk van de arts of verpleegkundige die hen behandelt en willen de relatie niet op scherp zetten. Tegelijkertijd zijn zorgverleners zich er niet altijd van bewust wat hun woorden of houding oproepen. Daarom wil ik in deze column een aantal ervaringen delen. Niet om met de vinger te wijzen, maar omdat bewustwording de eerste stap is naar betere en menselijkere zorg.

Een islamitische vrouw van middelbare leeftijd komt voor het eerst bij een nieuwe arts. Er wordt niet gevraagd naar haar opleiding of werk. Bij beroep wordt ‘huisvrouw’ ingevuld, bij afkomst ‘Turks’. In werkelijkheid is zij Marokkaans en heeft zij een betaalde baan. De arts heeft dit niet nagevraagd, maar ingevuld op basis van aannames.

Zo’n opmerking blijft hangen, niet alleen bij de patiënt, maar ook bij de familie

Een ander voorbeeld: van sommige migranten is de geboortedatum in het land van herkomst niet bekend. In officiële documenten wordt dan soms 1 januari of 1 juli genoteerd. Onlangs kwam een man van middelbare leeftijd met een buitenlandse achternaam en een geboortedatum van 1 juli op de spoedeisende hulp. Zijn dochter hoorde een arts zeggen: ‘Als die 1-7 maar niet denkt dat we hem gaan opnemen.’ Zo’n opmerking blijft hangen, niet alleen bij de patiënt, maar ook bij de familie.

Ook op de verpleegafdeling kunnen ogenschijnlijk kleine opmerkingen veel doen. Op een tweepersoonskamer ligt een patiënt met een niet-westerse migratieachtergrond naast een Nederlandse patiënt. Als de verpleegkundige de kamer binnenkomt, klaagt de Nederlandse patiënt dat het er stinkt en dat het geen Hollandse geur is. De verpleegkundige antwoordt: ‘Inderdaad, het ruikt niet naar boerenkool of hutspot, het is niet “onze” geur.’ Waarschijnlijk is het als een luchtige opmerking bedoeld, maar het bevestigt wel wie er eigenlijk wel en niet bij hoort.

Vooroordelen van zorgprofessionals kunnen ook de toegang tot zorg beïnvloeden. Een patiënt met een niet-westerse achtergrond vraagt via de doktersassistente of zijn bloed gecontroleerd kan worden. Zonder overleg met de huisarts krijgt hij te horen: ‘U moet niet denken dat hier alles zomaar kan in Nederland, de zorg wordt daar alleen maar duurder van.’ Enkele weken later blijkt bloedonderzoek alsnog nodig.

En dan is er nog het oordeel over religieuze keuzes. Een diabetesverpleegkundige zegt: ‘Ik ga mijn tijd niet verspillen aan het begeleiden van patiënten die mee willen doen aan de ramadan. Ik zeg gewoon dat ze niet mee kunnen doen.’ Natuurlijk vraagt vasten tijdens de ramadan om zorgvuldige medische begeleiding en is meedoen niet voor iedereen verantwoord. Maar goede zorg begint bij het gesprek: wat wil deze patiënt, wat zijn de risico’s, en hoe begeleiden we daar zo veilig mogelijk in?

Dit soort situaties staan niet op zichzelf. Ze laten zien hoe snel aannames de plaats kunnen innemen van nieuwsgierigheid. En juist in de diabeteszorg, waar vertrouwen, samenwerking en maatwerk onmisbaar zijn, is dat problematisch.

Cultuursensitieve zorg betekent niet dat we iedereen uit een bepaalde groep op dezelfde manier benaderen. Tussen mensen met een Marokkaanse achtergrond zijn de onderlinge verschillen net zo groot als tussen mensen die al generaties lang in Nederland wonen. Juist daarom is het stellen van open vragen zo belangrijk. Niet invullen voor een ander en bereid zijn ons eigen referentiekader ter discussie te stellen. Niet: ik weet al wie u bent. Maar: vertelt u eens, wat is voor u belangrijk? Goede zorg begint met echt zien wie iemand is.

Voor de één zijn bovenstaande achteloze opmerkingen, maar voor de ander ervaringen die diep raken en lang blijven doorwerken. Dat verschil vraagt om blijvende bewustwording, reflectie en verantwoordelijkheid in de zorg.

In de rubriek ‘Divers advies van Fatima’ gaat verpleegkundig specialist Fatima Malki in op onderwerpen die raakvlakken hebben met de multiculturele samenleving. Ook nodigt ze deskundigen uit, hun kennis te delen via deze rubriek.

Vorig bericht

Bekijk hier de scholingsagenda tot begin oktober 2026