‘De huidige opleiding ziet er heel anders uit dan vroeger’, zegt Hilda van der Heyde, studieleider van de post-hbo-opleiding Diabetesverpleegkunde. ‘Dat merken we ook aan de vragen van diabetesverpleegkundigen die onze studenten in de praktijk begeleiden. Ze weten niet altijd hoe het programma nu is opgebouwd en dat is begrijpelijk, want de opleiding is voortdurend in ontwikkeling.’ Lees hier hoe de opleiding tot diabetesverpleegkundige er anno 2026 uitziet.
In 1987 volgde je een vijfdaagse cursus om aan de slag te gaan als diabetesverpleegkundige. Inmiddels is dit een eenjarige post-hbo-opleiding. Van der Heyde: ‘In één jaar worden de studenten opgeleid tot startbekwaam diabetesverpleegkundige. Dat betekent dat iemand vanuit een breed expertisegebied op alle terreinen in de diabeteszorg kan werken. Dit kan de eerste of tweede lijn zijn, maar ook de psychiatrie of de ouderenzorg. In de praktijk en via bij- en nascholingen ontwikkelen studenten zich verder in de expertise waarin ze werken, bijvoorbeeld als kinderdiabetesverpleegkundige.’
Hilda van der Heyde, studeerde in 1991 af als diabetesverpleegkundige aan de SSSV-opleiding (Stichting Specifieke Scholing Verpleegkundigen). Tegenwoordig is ze studieleider en docent bij de Hogeschool Utrecht. Ze heeft een master in Innovatie, Zorg en Welzijn.
Hilda van der Heyde, studieleider van de post-hbo-opleiding Diabetesverpleegkunde: ‘In één jaar worden de studenten opgeleid tot startbekwaam diabetesverpleegkundige’

Bachelorniveau
De Hogeschool Utrecht (HU) is op dit moment de enige locatie waar verpleegkundigen de post-hbo-opleiding tot diabetesverpleegkundige kunnen volgen. ‘De belangstelling hiervoor is groot,’ zegt Van der Heyde. ‘We starten twee keer per jaar met een groep van ongeveer dertig studenten.’ De opleiding duurt één jaar en wordt in deeltijd gevolgd. Studenten besteden gemiddeld vijftien tot twintig uur per week aan hun studie, inclusief contacturen. De lessen vinden plaats in Utrecht, meestal op één vaste lesdag per week (woensdag). De kwalificatie Diabetesverpleegkunde van de HU is ingeschaald op NLQF-niveau 6 (bachelorniveau).
Diabetesverpleegkundige als mentor
De opleiding is bedoeld voor BIG-geregistreerde verpleegkundigen, bij voorkeur met twee jaar relevante werkervaring. Studenten moeten minimaal achttien uur per week werkzaam zijn in de directe diabeteszorg. Vanuit hun werk worden zij begeleid door twee professionals: een diabetesverpleegkundige als mentor en een arts voor de medische aspecten. Verpleegkundigen met een mbo-diploma zonder vervolgopleiding kunnen, na een intakegesprek, in aanmerking komen voor toelating.
Acht modules
De opleiding bestaat uit acht modules die samen het volledige beroepsprofiel van de diabetesverpleegkundige dekken. Twee leerlijnen lopen het hele jaar door: Praktijkleren en Professionele identiteit & intervisie.
Daarnaast zijn er zes inhoudelijke modules:
- Klinische besluitvorming
- Diabetesverpleegkunde Expert 1
- Evidence Based Practice
- Diabetesverpleegkunde Expert 2
- Motiverende gespreksvoering
- Kwaliteitszorg
Elke module bevat opdrachten die theorie en praktijk met elkaar verbinden. Studenten passen de opgedane kennis direct toe in hun eigen werkomgeving. Lees hier meer over de modules en de opleiding.
‘Studenten werken binnen de opleiding met ontwikkelthema’s. Ze kiezen bewust onderwerpen waarin ze zich nog moeten bekwamen, niet wat ze al goed beheersen’
Expertisegebied diabetesverpleegkundige
In 2024 publiceerde V&VN Diabeteszorg het vernieuwde Expertisegebied Diabetesverpleegkundige. Hierin staat beschreven aan welke kennis, vaardigheden en competenties een landelijk erkende diabetesverpleegkundige moet voldoen. De CanMEDS-rollen vormen daarbij het uitgangspunt. Het expertisegebied is een aanvulling op het eerder door de EADV opgestelde beroepsprofiel.
‘De opleiding tot diabetesverpleegkundige sluit aan op het Expertisegebied Diabetesverpleegkunde van V&VN Diabeteszorg’, zegt Van der Heyde. ‘Het geeft precies aan wat we van een diabetesverpleegkundige mogen verwachten en wat aanvullend is. Zoals gezegd, de opleiding is breed en algemeen, maar de praktijk waarin de student wordt opgeleid is voor iedereen anders. Dat maakt iedere diabetesverpleegkundige uniek. De één focust op zwangerschapsdiabetes, de ander op insulinepompen of juist op de ouderenzorg.’
Breed inzetbaar
Sonja Goedemondt, bestuursvoorzitter van V&VN Diabeteszorg, onderschrijft dat. ‘De opleiding geeft je een brede basis mee als diabetesverpleegkundige. Dat stelt je in staat om, als je van werkplek verandert, snel je kennis bij te spijkeren voor dat andere werkveld. Post-hbo-diabetesverpleegkundigen zijn daardoor breed inzetbaar.’ Goedemondt rondde in 2008 de SSSV af en in 2012 de post-hbo Diabetesverpleegkundige. Sinds 2017 werkt ze als kinderdiabetes-verpleegkundige in het Juliana Kinderziekenhuis. Daarnaast is ze bestuursvoorzitter van V&VN Diabeteszorg en zelf ervaringsdeskundige met diabetes type 1.
Sonja Goedemondt, (kinder)diabetesverpleegkundige en bestuursvoorzitter van V&VN Diabeteszorg: ‘De opleiding geeft je een brede basis mee als diabetesverpleegkundige’

Reflectieve zorgprofessionals
‘De opleiding evolueert continu,’ zegt Van der Heyde. ‘Een belangrijk aspect is dat studenten leren redeneren vanuit drie bronnen van evidence: wat willen mensen met diabetes, wat zegt de literatuur en wat vind jij als professional? Daarnaast leiden we ze op tot reflectieve zorgprofessionals: verpleegkundigen die systematisch stilstaan bij hun handelen, keuzes, ervaringen en emoties, met als doel hiervan te leren en hun professioneel handelen voortdurend te verbeteren.’
Gelijkwaardige gesprekspartners
Ook de manier van toetsen is de afgelopen jaren veranderd. Waar vroeger de nadruk lag op schriftelijke verslaglegging, is er nu meer aandacht voor gespreksvaardigheden. Studenten geven presentaties en voeren reflectieve gesprekken. Het geschreven verslag blijft onderdeel van de opleiding, maar is niet langer het enige eindproduct.
‘Het gaat om de combinatie van kennis, communicatie en professionele reflectie’, zegt Van der Heyde. ‘We willen dat studenten zich ontwikkelen tot gelijkwaardige gesprekspartners.
Hoe kunnen ze hun kennis en ideeën mondeling overbrengen? Je kunt een prachtig verslag schrijven, maar als je het niet kunt verwoorden, pitchen of toelichten binnen je organisatie, dan verdwijnt het in een lade.’
Gerald van den Hoek, diabetesverpleegkundige en bestuurslid V&VN Diabeteszorg: ‘In mijn gastlessen gaat het niet om de cijfertjes, maar om de mens achter de ziekte: wat speelt er allemaal, en wat vraagt dat van iemand in het dagelijks leven?’

Leren van elkaar
Studenten werken binnen de opleiding met ontwikkelthema’s. Ze kiezen bewust onderwerpen waarin ze zich nog moeten bekwamen, niet wat ze al goed beheersen.
‘De studenten presenteren hun aanpak aan elkaar’, zegt Van der Heyde. ‘Zo oefenen ze met het geven en ontvangen van feedback. Op basis daarvan passen ze hun aanpak aan en presenteren die opnieuw in de praktijk. Het gaat erom wat ze van en met elkaar leren. Eerst oefenen in een veilige leeromgeving, daarna in de praktijk. Daar vindt de groei plaats.’
Praktijkleren
Binnen de leerlijn Praktijkleren voeren studenten opdrachten uit in hun eigen werkomgeving. Ze werken gericht aan de competenties uit het expertisegebied en krijgen begeleiding van een verpleegkundig mentor en een medisch begeleider. Van der Heyde: ‘Dit is een belangrijk onderdeel van de opleiding en daarom is het ook zo essentieel dat de begeleiders op de werkvloer goed geïnformeerd zijn over de opleiding en wat er wordt verwacht van de studenten. Aan de hand van de CanMEDS-rollen uit het expertisegebied – het self-assessment – zien de studenten wat ze al beheersen en wat ze nog verder willen ontwikkelen. Op basis daarvan gaan ze in gesprek met hun begeleiders, zodat ze gericht kunnen werken aan hun competenties in de praktijk.’
Samenwerking met het werkveld
Afgestudeerde diabetesverpleegkundigen kunnen zich inschrijven in het kwaliteitsregister van V&VN Diabeteszorg. De beroepsvereniging is nauw betrokken bij het vaststellen van de inhoud en de eindtermen van de opleiding. Daarnaast zet V&VN Diabeteszorg zich in voor blijvende scholing, deskundigheidsbevordering en versterking van de positie van diabetesverpleegkundigen bij werkgevers. ‘Als vereniging vertegenwoordigen we onze achterban’, zegt Goedemondt. ‘Daarom zijn we altijd aanwezig wanneer een nieuwe groep diabetesverpleegkundigen afstudeert. We vragen dan actief om feedback. Ik hoop dat lezers zien dat we hier ook echt iets mee doen, en dat de opleiding continu meebeweegt met wat er in het veld gebeurt.’
De mens achter de ziekte
Gerald van den Hoek studeerde in 2024 af als diabetesverpleegkundige en werkt als zodanig bij Ziekenhuis Gelderse Vallei. Daarnaast is hij bestuurslid van V&VN Diabeteszorg en gastdocent bij de post-hbo-opleiding Diabetesverpleegkunde. Net als Sonja Goedemondt heeft hij zelf diabetes type 1. Van den Hoek bevestigt dat de opleiding voortdurend evalueert. Hij zegt: ‘De invulling ziet er nu alweer anders uit dan een jaar geleden. Zo is er meer aandacht voor de basis van diabetes: wat gebeurt er in het lichaam, hoe werken de eilandjes van Langerhans, wat doet insuline? Studenten gaven aan dat dit onderwerp voorheen te weinig aan bod kwam. Daarnaast is er meer aandacht voor diabetestechnologie, voor studenten die zich daarin verder willen scholen. Ik geef hierover college samen met twee collega’s die in de industrie werkzaam zijn.’
Van den Hoek verzorgt ook gastlessen vanuit zijn eigen ervaring met diabetes. ‘Daarin gaat het niet om de cijfertjes, maar juist om de mens achter de ziekte: wat speelt er allemaal, en wat vraagt dat van iemand in het dagelijks leven? Dat perspectief probeer ik studenten mee te geven.
Van pionierscursus tot post-hbo-opleiding
IIn veertig jaar tijd groeide de opleiding van een vijfdaagse cursus uit tot een volwaardige post-hbo-opleiding. De eerste Specialisatie Diabetes Mellitus voor Verpleegkundigen was een opleiding van de EADE (European Association of Diabetes Educators). Deze cursus ging in januari 1987 van start, duurde vijf dagen en telde 32 deelnemers. Door de grote belangstelling volgden in april van datzelfde jaar nog twee parallelcursussen.
Om de continuïteit te waarborgen werd de opleiding in 1988 overgedragen aan de Stichting Specifieke Scholing Verpleegkundigen (SSSV), onder auspiciën van de Nationale Ziekenhuisraad (NZR).
In 2001 werd de opleiding omgevormd tot de post-hbo-opleiding Diabetesverpleegkunde, ontwikkeld door de EADV (Eerste Associatie voor Diabetesverpleegkundigen) in samenwerking met de Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Utrecht en de Universiteit Maastricht. De EADV bepaalde de inhoud en eindtermen van de opleiding, wat destijds uniek was. De opleiding, bedoeld voor verpleegkundigen op hbo-niveau, werd gebaseerd op het beroepsdeelprofiel diabetesverpleegkundige en kreeg een competentiegerichte opzet.
De eerste post-hbo-opleiding startte in 2001 aan de Hogeschool Utrecht, momenteel de enige locatie waar deze opleiding wordt aangeboden. In 2025 ging de 34ste groep van start.
Bron: Zoet., EADV, maart 2011




