Mensen met diabetes die een glucosesensor of insulinepomp dragen, hebben vaak last van huidproblemen. Onderzoek van Amsterdam UMC maakt het nu mogelijk om gerichter vast te stellen welke stoffen in hulpmiddelen allergische reacties veroorzaken. Dat is een belangrijke stap vooruit, maar nog niet alle knelpunten zijn opgelost.
Prof. dr. Thomas Rustemeyer is dermatoloog bij Amsterdam UMC. ‘Het is opvallend dat cosmeticaproducten voorzien moeten zijn van een volledige ingrediëntenlijst en geneesmiddelen verplicht zijn alle gebruikte hulpstoffen te vermelden, terwijl dat voor medische hulpmiddelen niet geldt’

Meer dan zeventig procent van de mensen met diabetes die een glucosesensor of insulinepomp gebruikt, ervaart huidproblemen.1 Deze problemen kunnen worden veroorzaakt door irritatief of allergisch contacteczeem. Tot voor kort was het vrijwel onmogelijk om, als sprake was van een allergisch contacteczeem, te achterhalen welke stof verantwoordelijk was voor de allergische reactie.
Met financiële steun van het Diabetes Fonds heeft het team van prof. dr. Thomas Rustemeyer van Amsterdam UMC veertig hulpmiddelen onderzocht op de aanwezigheid van de allergene stoffen in de pleisters en de plastic behuizing van de devices. Per hulpmiddel is nu bekend welke allergenen het bevat.2 Met deze informatie kan een dermatoloog of allergoloog onderzoeken voor welke specifieke stof een patiënt allergisch is. Daarna kan gericht worden gekozen voor een ander hulpmiddel waarin dat allergeen niet zit.
Dat betekent dat de allergenen in een en hetzelfde hulpmiddel kunnen verschillen tussen batches
Grote stap, maar nog niet af
Volgens Rustemeyer is dit een grote stap voorwaarts voor mensen die allergische reacties vertonen op een diabeteshulpmiddel. Tegelijkertijd zijn er nog verschillende uitdagingen. Fabrikanten geven op navraag vaak aan zelf niet precies te weten welke stoffen in hun medische hulpmiddelen zitten. De lijmen worden ingekocht van andere partijen, zonder volledige ingrediëntenlijst. Dat betekent dat de allergenen in een en hetzelfde hulpmiddel kunnen verschillen tussen batches.
Daarnaast zijn fabrikanten volgens Rustemeyer continu bezig met productverbetering. ‘Ik zie dat fabrikanten het probleem serieus nemen en dat ze er actief mee aan de slag gaan. Dat is zeer positief, maar betekent wel dat de hulpmiddelen die we vorig jaar hebben onderzocht, inmiddels weer andere ingrediënten kunnen bevatten. Idealiter zouden we de lijst een keer per jaar of twee jaar, geheel moeten updaten. Ook zouden wij nieuw ontwikkelde producten mee moeten nemen. Maar helaas is hier geen budget voor. Dat betreur ik, want als er gewerkt wordt met verouderde informatie, dan loop je het risico dat deze foutief is. Daarmee schaadt je het vertrouwen van de mensen.’
Regels voor medische hulpmiddelen
Rustemeyer noemt het opvallend dat cosmeticaproducten voorzien moeten zijn van een volledige ingrediëntenlijst en geneesmiddelen verplicht zijn alle gebruikte hulpstoffen te vermelden, terwijl dat voor medische hulpmiddelen niet geldt. Hij is momenteel voorzitter van een Europese werkgroep die de regelgeving rond medische hulpmiddelen wil veranderen, zodat ook voor deze categorie een volledig overzicht van gebruikte stoffen verplicht wordt.
Irritatief contacteczeem uitsluiten
Bij huidklachten door een sensor of insulinepomp adviseert Rustemeyer om eerst de in 2024 gepubliceerde leidraad Huidproblemen door glucosesensoren en insulinepompsystemen te raadplegen. ‘We kennen de cijfers niet precies, maar we weten dat een groot deel van de huidproblemen vermeden kan worden door juist gebruik van de hulpmiddelen. Denk daarbij aan het onjuist verwijderen van een hulpmiddel of het plaatsen op een ongeschikte plek. Deze vorm van contacteczeem ontstaat als gevolg van irritaties en daar kun je met de juiste educatie veel tegen doen.’
Het is volgens hem belangrijk om eerst dit irritatieve contacteczeem uit te sluiten. Als huidklachten met de juiste educatie en correct gebruik kunnen worden voorkomen, is verwijzing naar een dermatoloog of allergoloog niet nodig en komen mensen ook niet onnodig op een wachtlijst terecht. Bij een sterk vermoeden van een allergische reactie kunnen mensen door hun internist of huisarts voor een plakproef worden verwezen naar een dermatoloog of allergoloog.

Irritatief contacteczeem

Allergisch contacteczeem
Verschillen tussen irritatie en allergie
Rustemeyer wijst op het onderscheid tussen irritatief en allergisch contacteczeem. ‘Irritatief contacteczeem ontstaat langzaam en gedraagt zich niet altijd hetzelfde. Soms is het er wel, soms is het er niet. Een ander kenmerk van irritatief contacteczeem is dat de geïrriteerde plek zich beperkt tot de grenzen van de pleister. De begrenzing heeft een scherpe rand. Een allergie bouwt zich meestal ook langzaam op, maar als het er eenmaal is, zal het altijd optreden zodra iemand in contact komt met de pleister. Een allergie kan zich verspreiden, is niet strak begrensd en treedt vaak buiten de grenzen van de pleister. Soms zie je dat de allergie opspeelt op een plek waar iemand al eerder een pleister heeft geplakt. In de leidraad staat een vragenlijst waarmee je dit onderscheid kunt uitvragen bij je patiënten.’



