Gebruiken jouw patiënten kruiden, kruidenthee of voedingssupplementen om hun bloedglucose, bloeddruk of cholesterol te verbeteren? Grote kans dat ze dit niet altijd uit zichzelf vertellen. Hoe kom je erachter wat iemand gebruikt? En hoe bespreek je de mogelijke risico’s zonder de overtuigingen van je patiënt ter discussie te stellen? Een open, niet-oordelend gesprek is de eerste stap. In deze column geef ik praktische handvatten die je direct tijdens je consult kunt gebruiken.
Waarom vertellen patiënten niet altijd wat ze gebruiken?
In mijn praktijk merk ik dat patiënten aanvullende of traditionele middelen gebruiken zonder dit met hun behandelaar te bespreken. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Sommige patiënten verwachten dat hun zorgverlener het gebruik zal afkeuren. Anderen zien kruiden als onderdeel van hun dagelijkse voeding en vinden het daarom niet nodig om ze te noemen. Ook kan het gebruik voortkomen uit een familietraditie of een advies van iemand die zij vertrouwen.
Kruidengebruik betekent niet automatisch dat iemand geen vertrouwen heeft in de reguliere behandeling. Veel patiënten gebruiken deze middelen juist als aanvulling, bijvoorbeeld omdat ze zelf iets willen doen om hun gezondheid te verbeteren. Het is daarom belangrijk om eerst te begrijpen wat iemand gebruikt en waarom, voordat je de mogelijke risico’s bespreekt.
Vier stappen voor een open gesprek
1. Open het gesprek zonder oordeel
Vraag actief naar kruiden, kruidenthee, voedingssupplementen en andere natuurlijke middelen. Doe dit bij voorkeur als vast onderdeel van de medicatieanamnese, zodat de patiënt niet het gevoel krijgt dat hij of zij zich moet verantwoorden.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
‘Gebruikt u naast uw medicijnen ook kruiden, kruidenthee, supplementen of andere natuurlijke middelen?’
Laat merken dat je geïnteresseerd bent in het antwoord. Een reactie als ‘Daar is onvoldoende bewijs voor’ kan ertoe leiden dat een patiënt zich niet serieus genomen voelt en minder vertelt.
2. Breng het gebruik en de verwachtingen in kaart
Vraag niet alleen wát iemand gebruikt, maar ook waarvoor. Wil de patiënt de bloedglucose verbeteren, de bloeddruk verlagen, het cholesterol beïnvloeden, afvallen of een andere klacht verminderen?
Vraag vervolgens naar de precieze naam, hoeveelheid, gebruiksfrequentie en gebruiksduur van het middel. Gaat het om een kruid als onderdeel van de voeding, om thee of om een geconcentreerd preparaat, zoals capsules, extracten of poeders?
Ook de herkomst van het advies is relevant. Heeft de patiënt het middel leren kennen via familie, vrienden, internet, een kruidenwinkel of een zorgprofessional? Door hiernaar te vragen, krijg je meer inzicht in de betekenis die iemand aan het middel geeft.
Vraag ook wat de patiënt zelf merkt. Ervaart iemand een verbetering, zijn er klachten ontstaan of zijn er veranderingen zichtbaar in de glucose- of bloeddrukwaarden?
3. Bespreek de veiligheid en het medicatiegebruik
‘Natuurlijk’ betekent niet automatisch veilig. De samenstelling, concentratie en kwaliteit van kruidenproducten kunnen verschillen. Vooral bij geconcentreerde preparaten kunnen bijwerkingen en interacties met medicijnen een rol spelen.
Vraag daarom altijd of de patiënt het middel naast de voorgeschreven medicatie gebruikt of in plaats daarvan. Heeft iemand zelf de dosering verlaagd, neemt diegene medicijnen minder vaak in of is de behandeling helemaal gestopt?
Besteed waar relevant aandacht aan mogelijke hypoglykemieën, bloeddrukdalingen en belasting van lever of nieren. Kijk bij twijfel samen naar de samenstelling van het product en overleg zo nodig met de behandelend arts of apotheker.
4. Maak samen afspraken
Het doel van het gesprek is niet om de patiënt te overtuigen dat een traditioneel middel geen waarde heeft. Het gaat erom samen te bekijken hoe het gebruik zich verhoudt tot een veilige en effectieve behandeling.
Benut daarbij de motivatie achter het kruidengebruik. Gebruikt iemand bijvoorbeeld een middel om de bloedglucose te verbeteren? Dan biedt dit een goede gelegenheid om ook voeding, beweging en medicatiegebruik te bespreken.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
‘U gebruikt dit middel om uw bloedglucose te verbeteren. Zullen we samen bekijken welke veranderingen in voeding, beweging en medicatie datzelfde doel kunnen ondersteunen?’
Maak duidelijke afspraken over het voortzetten van voorgeschreven medicatie, eventuele controles en het signaleren van bijwerkingen. Spreek ook af dat de patiënt veranderingen in medicatiegebruik eerst met de behandelaar bespreekt.
Vijf vragen die je altijd kunt stellen
- Wat gebruikt u naast uw medicijnen? Vraag ook naar thee, poeders, capsules en traditionele middelen.
- Waarvoor gebruikt u het? Wat hoopt u ermee te bereiken en wat merkt u ervan?
- Hoeveel en hoe vaak gebruikt u het? Vraag naar de precieze vorm, dosering en gebruiksduur.
- Heeft u hierdoor uw medicatie aangepast? Neemt u minder, bent u gestopt of gebruikt u het middel aanvullend?
- Wie heeft u dit geadviseerd? Familie, vrienden, internet, een winkel of een zorgprofessional?
Praktische tip: Vraag de patiënt om het product of een foto van het etiket mee te nemen. Dat helpt om de samenstelling, dosering en mogelijke interacties te beoordelen.
Goede zorg begint met luisteren
Culturele gewoonten en persoonlijke overtuigingen kunnen een belangrijke rol spelen bij de manier waarop mensen omgaan met hun gezondheid. Door actief en zonder oordeel naar kruiden en supplementen te vragen, ontstaat ruimte om die ervaringen te bespreken.
Je hoeft het gebruik niet automatisch goed te keuren, maar ook niet direct af te wijzen. Luisteren, doorvragen en samen afspraken maken helpen om mogelijke risico’s tijdig te signaleren en de behandeling veilig te houden.
Goede zorg begint niet bij het veranderen van overtuigingen, maar bij het openen van het gesprek.
In de rubriek ‘Divers advies van Fatima’ gaat verpleegkundig specialist Fatima Malki in op onderwerpen die raakvlakken hebben met de multiculturele samenleving. Ook nodigt ze deskundigen uit, hun kennis te delen via deze rubriek.



