Hormoontherapie voor vrouwen met diabetes: wel of geen goed idee?

De overgang is voor veel vrouwen een lastige fase in hun leven en zeker voor vrouwen met diabetes. Naast de gangbare overgangsklachten kan namelijk ook de glucoseregulatie flink uit balans raken. Hormoonsuppletie zou een oplossing kunnen zijn. Maar, zijn hormonen ook veilig te gebruiken voor vrouwen met diabetes?

Internist-endocrinoloog Sarah Siegelaar: ‘Het gaat om het totaalplaatje. Je kijkt naar hoe iemand er lichamelijk voor staat. Op basis daarvan bepaal je of direct kan worden gestart met hormoontherapie, of dat het verstandig is om eerst bijvoorbeeld de bloeddruk te verlagen’

Internist-endocrinoloog Sarah Siegelaar leidt binnen het MenoPause-consortium van het Amsterdam UMC een onderzoekslijn naar het effect van de (peri)menopauze op diabetes. Zelf schrijft ze regelmatig hormoonsuppletietherapie (HST) voor aan vrouwen met diabetes. ‘De indicatie voor HST is bij vrouwen met of zonder diabetes dezelfde, namelijk hinderlijke overgangsklachten als opvliegers, nachtelijk zweten of slecht slapen.’ Dat er soms terughoudendheid is bij artsen om HST voor te schrijven aan vrouwen met diabetes, vindt Siegelaar begrijpelijk.

Risico op hart- en vaatziekten

‘Dat heeft vooral te maken met de risico’s op hart- en vaatziekten,’ legt ze uit. Vroeger werd onderzoek gedaan naar hormoontherapie met synthetische, niet-bio-identieke hormonen, omdat bio-identieke hormonen toen nog niet beschikbaar waren. Deze onderzoeken lieten een verhoogd risico zien op kanker en hart- en vaatziekten [1]. Aangezien diabetes zelf ook risicofactor is voor hart- en vaatziekten, werden artsen terughoudend in het voorschrijven van HST.

‘Voor transdermale toediening via pleisters is aangetoond dat het veilig is als je andere risicofactoren goed behandelt’

Transdermale toediening
Die terughoudendheid is volgens Siegelaar niet langer nodig. Nieuwe analyses van de oudere onderzoeken laten zien dat het nadelige effect vooral in de hogere leeftijdscategorie voorkwam. Daarnaast zijn er nu bio-identieke hormonen. Anders dan synthetische middelen zijn bio-identieke hormonen chemisch identiek aan de lichaamseigen hormonen. Ze geven vaak minder bijwerkingen dan de klassieke synthetische varianten en hebben minder invloed op de lever en stolling [2].

Observationele onderzoeken laten zien dat de risico’s van bio-identieke hormonen die transdermaal worden toegediend – via pleisters, gel of spray, dus niet als tablet – op bijwerkingen als hart- en vaatziekten en ook borstkanker bijna verwaarloosbaar zijn [3]. Voor tabletten ligt het misschien anders, aldus Siegelaar. ‘Het is nog niet volledig bewezen dat tabletten niet nadelig zijn, ook al kan het meevallen. Voor transdermale toediening via pleisters is in ieder geval aangetoond dat het veilig is als je andere risicofactoren goed behandelt. Dat heeft dus de voorkeur. Er is eigenlijk geen goede reden om het niet via de huid te geven.’ Om te beoordelen of de hormoonspiegels die met een bepaalde toedieningsvorm in het bloed worden bereikt zowel effectief als veilig zijn, kan de Praktische handleiding hormoonsuppletietherapie worden gebruikt, met duidelijke tabellen.

Bestaande risicofactoren

Toch schrijft ook Siegelaar niet zonder meer HST voor aan vrouwen met diabetes. ‘De kern bij het voorschrijven van hormoontherapie is dat je altijd rekening moet houden met al aanwezige risicofactoren. HST mag liever niet langer dan vijf jaar worden gebruikt en vrouwen mogen bij de start niet ouder zijn dan zestig jaar. Bij vrouwen met actieve of eerdere borst- of baarmoederkanker mag hormoontherapie niet voorgeschreven worden, omdat de kans op herhaling of verergering dan te groot is. Ook moet rekening worden gehouden met factoren als overgewicht, overmatig alcoholgebruik, trombose en de familieanamnese. Wat betreft hart- en vaatziekten geldt: als de andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten goed zijn aangepakt, zoals de bloeddruk, het cholesterol en niet-roken, kan hormoontherapie in principe voor veel vrouwen veilig zijn.’

Totaalplaatje

Mensen met diabetes type 2 hebben vaak extra risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk en een hoog cholesterol. Dit is juist een van de dingen die hen kwetsbaar maakt om diabetes type 2 te ontwikkelen. Daarom is het zo belangrijk om deze factoren goed te beheersen, zegt Siegelaar. ‘Het gaat om het totaalplaatje. Je kijkt naar hoe iemand er lichamelijk voor staat. Op basis daarvan bepaal je of direct kan worden gestart met hormoontherapie, of dat het eerst verstandig is om bijvoorbeeld de bloeddruk te verlagen.’

Invloed op bloedglucosewaarden

Binnen het MenoPause-consortium wordt onderzoek gedaan naar hoe de overgang de glucosewaarden beïnvloedt bij vrouwen met diabetes type 1 en type 2. Eerder onderzoek laat zien dat hormonale veranderingen in oestrogeen en progesteron tijdens de overgang de glucoseregulatie kunnen beïnvloeden [4]. Uit een vragenlijstonderzoek blijkt dat 67% van de vrouwen met diabetes type 1 veranderingen ervaart in hun bloedglucoseregulatie na de laatste menstruatie, ten opzichte van vóór de laatste menstruatie. Na de laatste menstruatie ervaart 55% meer schommelingen in de bloedsuikers, waarbij zowel een toename van schommelingen naar boven (62%) als schommelingen naar beneden (39%) worden gemeld. Daarnaast geeft 42% van de vrouwen aan dat hun bloedglucosewaarden in het algemeen hoger zijn geworden, terwijl 20% juist lagere waarden ervaart. De kans op problemen met de diabetesregulatie lijkt samen te hangen met de ernst van de overgangsklachten: hoe meer klachten, hoe groter de kans dat de bloedglucose uit balans raakt.

Nieuw onderzoek

Er is geen indicatie om hormoontherapie te starten voor vrouwen die ‘alleen’ schommelende bloedglucosewaarden hebben, benadrukt Siegelaar. ‘Of dat überhaupt werkt, weten we nog niet, maar daar zijn we recent wel een onderzoek naar gestart (zie kader). Hoe mooi zou het zijn als iemand merkt dat de opvliegers duidelijk minder zijn, en tegelijk de diabetes ook wat stabieler is.’ Het zou ook goed zijn om meer onderzoek te doen naar de diabetesbehandeling. ‘In het eerdere onderzoek hebben we bijvoorbeeld niet gevraagd wie een hybrid closed loop-systeem (HCL) gebruikte, dat was toen nog niet zo gangbaar. In een onderzoek naar de menstruatie zien we wel dat een HCL bij veel vrouwen helpt bij schommelende bloedglucosewaarden, dus het zou tijdens de overgang waarschijnlijk ook goed kunnen werken [5].’

DAME-trial

De Dame-trial onderzoekt wat het effect is van transdermaal 17-β-estradiol gecombineerd met oraal progesteron op de glucoseregulatie in peri- en postmenopauzale vrouwen met diabetes mellitus type 1 of type 2 en overgangsklachten.

Wie kan er meedoen?

• Vrouwen, leeftijd 45-60 jaar

• Diabetes type 1 OF diabetes type 2 EN insulinegebruik

• Peri- of postmenopauzaal, laatste menstruatie <5 jaar geleden

• Eén of meer overgangsklachten

Hier lees je meer of stuur een mail naar diabetesmenopauze@amsterdamumc.nl

Leefstijl

De eerste stap bij overgangsklachten blijft aandacht voor leefstijl. ‘Dat klinkt vaak makkelijker dan het is’, zegt Siegelaar, ‘maar voldoende bewegen, een gezond gewicht, spierversterkende oefeningen en goede slaaphygiëne kunnen de klachten verlichten. HST is geen wondermiddel. Soms werkt het gewoon niet. Daarom is het belangrijk om goed te luisteren naar wat het persoonlijk voor effect heeft. Merk je in de praktijk helemaal niks van het middel, dan is het juist verstandig om er weer mee te stoppen.’

Niet-hormonale behandelingen

Er bestaan ook niet-hormonale behandelingen tegen overgangsklachten, zoals fezolinetant [6]. Dit zijn pillen zonder hormonen, die in de hersenen aangrijpen op het mechanisme achter opvliegers. Opvliegers ontstaan doordat de ‘thermostaat’ in de hersenen ontregeld raakt door het wegvallen van oestrogeen. Dit middel herstelt die ontregeling, zonder oestrogeen toe te dienen. Het kan daarom een optie zijn voor vrouwen die veel last hebben van opvliegers, maar om welke reden dan ook geen hormoontherapie kunnen gebruiken.

‘Diabetesverpleegkundigen zou ik willen meegeven: wees je ervan bewust dat de overgang de bloedglucoseregulatie kan beïnvloeden’, zegt Siegelaar. ‘En dat diabetes geen absolute contra-indicatie is voor hormoontherapie. Of HST ook gunstige effecten heeft op de diabetes, dat weten we nog niet. Vraag in elk geval actief waar iemand zit in haar cyclus of overgangsfase, juist ook in de periode vóór het stoppen van de menstruatie, omdat klachten daar vaak het hevigst zijn.’

Vrouwen zijn anders dan mannen, dus ook diabetes kan anders zijn

‘Het is tijd dat we
zeggen: vrouwen zijn geen kleine mannen. Het lichaam van een vrouw heeft unieke
kenmerken. We moeten daarom op veel onderwerpen onderzoeken of wat voor een man
geldt ook klopt bij vrouwen
. Dit zegt Sarah Siegelaar in een interview voor diabetes.nl. In wetenschappelijk onderzoek zijn mannen vaker
proefpersonen dan vrouwen. ‘Wetenschappers willen voorkomen dat vrouwelijke
hormonen de resultaten van een onderzoek verstoren’, vertelt Siegelaar.
‘Wetenschappers willen dat deelnemers zo standaard en gelijk mogelijk zijn.
Maar het lichaam van vrouwen is wel echt
anders dan het lichaam van mannen.

 

Lees het artikel hier of attendeer je patiënten erop.

Bronnen:

  1. Writing Group for the Women’s Health Initiative Investigators. Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women. JAMA. 2002;288(3):321– 333
  2. Vinogradova Y, Coupland C, Hippisley-Cox J. Use of hormone replacement therapy and risk of venous thromboembolism: nested case-control studies using the QResearch and CPRD databases. BMJ. 2019;364:k4810. erratum in: BMJ. 2019 Jan 15;364:1162. doi: 10.1136/bmj.k4810
  3. Canonico M, Carcaillon L, Plu-Bureau G, Oger E, Singh-Manoux A, Tubert-Bitter P, Elbaz A, Scarabin PY. Postmenopausal Hormone Therapy and Risk of Stroke: Impact of the Route of Estrogen Administration and Type of Progestogen. Stroke. 2016 Jul;47(7):1734-41.
  4. Speksnijder, E.M., Simsek, S., Bisschop, P.H. et al. Perceived blood glucose regulation after menopause: a cross-sectional survey in women with type 1 diabetes in the Netherlands. Diabetologia 68, 2499–2510 (2025). https://doi.org/10.1007/s00125-025-06518-z
  5. Elhenawy YI, Abdel Kader MS, Thabet RA. Performance of the MiniMed 780G system on mitigating menstrual cycle-dependent glycaemic variability. Diabetes Obes Metab. 2024 Nov;26(11):4916-4923.
  6. Bron: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/f/fezolinetant
Vorig bericht

Veiligheidsactie Omnipod® 5-, Omnipod DASH®- en Omnipod Eros

Volgend bericht

Care for Women: vijf vragen aan Catherine Martens, directeur