Tijdens een bevalling komen veel factoren samen die invloed hebben op de glucoseregulatie. Juist daarom is het belangrijk dat het beleid rondom diabetes ruim voor de bevalling helder is. Internist-endocrinoloog Sarah Siegelaar en gynaecoloog Rebecca Painter adviseren tijdig een peripartumgesprek te plannen, waarin keuzes en afspraken over het diabetesbeleid tijdens en direct na de bevalling worden vastgelegd.

Dr. Sarah Siegelaar, internist-endocrinoloog Amsterdam UMC

Prof. dr. Rebecca Painter, gynaecoloog Erasmus MC
Het advies is om dit peripartumgesprek te plannen rond de 32e zwangerschapsweek. Wacht zeker niet langer, want één op de drie zwangere vrouwen met een bestaande diabetes bevalt vóór 37 weken. Leg de gemaakte afspraken vast in het dossier, zodat hier tijdens de bevalling op kan worden teruggevallen.
Bespreek in het peripartumgesprek in ieder geval de volgende punten:
- Rolverdeling tijdens de bevalling
Wat wordt verwacht van de zwangere en wat van de afdeling? Bespreek of de vrouw zelf haar diabetes managet tijdens de bevalling of dat gekozen wordt voor een insuline-glucose-infuus. Het beleid kan per ziekenhuis verschillen, maar onderzoek laat zien dat een standaard insuline-glucose-infuus niet altijd nodig is. - Gebruik van insulinetoedieningssystemen tijdens de bevalling
Meerdere studies tonen aan dat het gebruik van een HCL-systeem of een insulinepomp met losse sensor met succes kan worden gecontinueerd tijdens de bevalling, ook bij een sectio. Indien mogelijk en gewenst kan ook de partner worden geïnstrueerd in het gebruik van een HCL-systeem. - Type insulinetoedieningssysteem
Leg vast welk systeem de vrouw gebruikt (HCL-systeem, insulinepomp, MDI). - Beleid per type bevalling
Maak onderscheid tussen beleid bij een spontane bevalling, een inleiding en een primaire of secundaire sectio. - Glucosetargets tijdens de bevalling
Spreek duidelijke streefwaarden af. - Opvang van hypo- en hyperglykemieën
Leg vast hoe te handelen bij afwijkende glucosewaarden. - Postpartum instellingen
Bespreek aanpassingen na de bevalling, aangezien de insulinegevoeligheid snel toeneemt. - Contactgegevens en escalatie
Leg vast wie wanneer gecontacteerd moet worden bij problemen, overdag en ’s nachts (bijvoorbeeld consulent, diabetesverpleegkundige of internist-endocrinoloog).
Tip
Adviseer vrouwen om hun insulinepomp en sensor in de periode rondom de bevalling bij voorkeur niet op de buik te bevestigen, maar op de arm of rug. Dit geeft minder hinder bij een eventuele sectio.
Tijdens de bevalling
- Handel volgens de afspraken die zijn vastgelegd tijdens het peripartumgesprek.
- Respecteer de autonomie van de vrouw; zij weet doorgaans goed hoe zij haar diabetes kan managen.
- Controleer de glucosewaarden elk uur via de sensor en verricht bij twijfel een vingerprik.
Na de bevalling
- Na de bevalling neemt de insulinegevoeligheid toe. Het lichaam moet ontzwangeren en dit kan enige tijd duren. Deze periode kan gepaard gaan met aanzienlijke glucoseschommelingen.
- Bespreek met vrouwen dat het acceptabel is als de glucose-instellingen tijdelijk minder strak zijn.
- Veel vrouwen zetten na de bevalling de alarmen van hun systeem uit. Adviseer om in ieder geval het lage-glucose-alarm ingeschakeld te laten, ter preventie van hypoglykemieën.
Extra steun: ZwangerBuddy’s
Vrouwen met diabetes type 1 kunnen veel steun ervaren van andere vrouwen die eerder zwanger zijn geweest met type 1. Ervaringen delen kan helpen bij het omgaan met vragen, onzekerheden en verwachtingen rondom zwangerschap en bevalling.
Via Diabetes+ zijn nu ZwangerBuddy’s beschikbaar: vrouwen met ervaringsdeskundigheid die hun kennis en steun willen delen.
Daling insulinebehoefte in laatste trimester?
Een plotselinge daling (meer dan 15%) van de insulinebehoefte in het laatste trimester, kan wijzen op een verminderde placentafunctie. Maar dit kan ook andere oorzaken hebben, bijvoorbeeld stressreductie aan het begin van het zwangerschapsverlof. Een daling van de insulinebehoefte is dus geen directe reden voor paniek, maar wel voor alertheid, zeker bij vrouwen die al lang diabetes type 1 hebben en/of lijden aan nefropathie of retinopathie.
Omdat een HCL-systeem de hypo’s opvangt, kan dit een eventuele daling van de insulinebehoefte maskeren. Hou dan de totale dagdosisinsuline in de gaten. Indien nodig kan de placentafunctie met een doppleronderzoek worden beoordeeld.
CGM minder betrouwbaar bij pre-eclampsie
Door vochtretentie kunnen CGM-metingen minder betrouwbaar zijn bij vrouwen met pre-eclampsie. Adviseer deze vrouwen daarom om aanvullende dagcurves te maken met behulp van een glucosemeter.
Samen werken aan betere zwangerschapszorg bij diabetes
Voor het succes van DiaPregNL is landelijke deelname van ziekenhuizen en zorgverleners essentieel. Een groot aantal ziekenhuizen doet al mee met de registratie of is dit aan het opstarten. Doet jouw ziekenhuis nog niet mee maar zou je dit wel willen? Ga voor meer informatie naar diapreg.nl of mail naar diapreg-register@amsterdamumc.nl
Dit artikel is geschreven op basis van een presentatie van internist-endocrinoloog Sarah Siegelaar van het Amsterdam UMC en gynaecoloog Rebecca Painter van het Erasmus MC tijdens het SCEM-congres op 5 juni 2025 in Ede.




