Het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht en ook het Tergooi MC Hilversum hebben een carrousel voor zwangere vrouwen met diabetes. Hoe zijn deze poli’s ingericht? Vier professionals vertellen over hun ervaring. ‘Dankzij het carrousel kunnen we als professionals snel schakelen. Dat is heel fijn want in een zwangerschap heb je maar beperkte tijd om optimale zorg te leveren.’

Diabetesverpleegkundigen Marian Feitz (l) en Klaske Bast: ‘We hebben korte lijnen met obstetrie. Hierdoor kunnen we de diabeteszorg goed afstemmen op het verloop van de zwangerschap’ | foto Chantal Rison
Voor vrouwen met gestational diabetes mellitus (GDM) of diabetes type 1 of 2 brengt een zwangerschap intensieve medische begeleiding met zich mee. Om deze zorg efficiënter te organiseren, hebben het UMC Utrecht en de poli Verloskunde van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) een zwangerschapscarrousel opgezet. Op deze multidisciplinaire poli in het WKZ worden zwangere vrouwen op één dag gezien door alle betrokken zorgverleners: de gynaecoloog, diabetoloog, medisch verloskundige, diabetesverpleegkundige en verpleegkundige obstetrie. Het carrousel is bedoeld voor vrouwen met diabetes type 1 of 2 die onder behandeling zijn bij het UMC Utrecht, evenals voor vrouwen met GDM of diabetes type 2 die via de eerste lijn of regionale ziekenhuizen worden verwezen.
Korte lijnen
Op dinsdagen werken de diabetesverpleegkundigen Marian Feitz en Klaske Bast beurtelings op het zwangerschapscarrousel in het WKZ. Klaske: ‘Vrouwen met diabetes type 1 of 2 die al bij het UMC Utrecht onder behandeling zijn, zien in het carrousel een vaste diabetoloog. Wij monitoren mede de glucosewaarden. De meeste vrouwen hebben een HCL-systeem of een glucosesensor met MDI. Afhankelijk van de situatie en hun behoefte hebben we wekelijks tot driewekelijks contact, meestal fysiek of per telefoon. In het wekelijkse MDO bespreken we de vrouwen met het multidisciplinaire team. Door deze korte lijnen met obstetrie kunnen we de diabeteszorg afstemmen op het verloop van de zwangerschap.’
De poli-assistente
De spreekuren voor vrouwen met GDM worden zelfstandig gedraaid door de diabetesverpleegkundigen. Marian: ‘Na verwijzing door de verloskundige krijgen deze vrouwen eerst instructie over het gebruik van de glucosemeter van de poli-assistente. Ook laten ze bloed prikken en krijgen ze een verwijzing naar de diëtist in de eerste lijn. Een week later zien wij de vrouwen op het spreekuur. We brengen de situatie in kaart, beoordelen labwaarden en glucosecurves. Onder supervisie van de diabetoloog stellen we de diagnose en bepalen we het beleid.’ Klaske vult aan: ‘Lukt het de vrouwen om de glucosewaarden te stabiliseren, dan neemt de medisch verloskundige de verdere glucosecontrole over. Dankzij het wekelijkse MDO kunnen we snel schakelen als er bijsturing nodig is. Blijken ze insuline nodig te hebben, dan komen de vrouwen terug op ons spreekuur.’

Diabetesverpleegkundige Mariska van Veen en verpleegkundig specialist Petra Philipse: ‘De afgelopen twee jaar is er veel veranderd in de begeleiding van vrouwen met GDM in onze regio. Zij worden nu vooral in de eerste lijn gevolgd, met name door verloskundigen’
GDM in de eerste lijn
In het Tergooi MC (locaties Hilversum, Blaricum en Weesp) is de zorg voor zwangere vrouwen met diabetes anders ingericht. Verpleegkundig specialist Petra Philipse: ‘De afgelopen twee jaar is er veel veranderd in de begeleiding van vrouwen met GDM in onze regio. Zij worden nu vooral in de eerste lijn gevolgd, met name door verloskundigen. Alleen bij complexe situaties of als insuline nodig is, worden ze doorverwezen naar het Tergooi MC.’
Carrousel voor GDM en type 2
Het zwangerschapscarrousel bij Tergooi MC is ingericht voor vrouwen met GDM of diabetes type 2 die tijdens de zwangerschap vanuit de eerste lijn worden verwezen. Petra is als verpleegkundig specialist hoofdbehandelaar en verzorgt de diabeteszorg samen met een diabetesverpleegkundige. Het is een multidisciplinaire poli, waarin achtereenvolgens een OGTT wordt gedaan, een echo wordt gemaakt en de gynaecoloog, verpleegkundig specialist en diabetesverpleegkundige worden bezocht. Petra: ‘Bij aanvang stippelen we samen het beleid uit. De diabetesverpleegkundige verzorgt vervolgens de uitleg over het gebruik van de glucosemeter, de educatie en de monitoring.’ Diabetesverpleegkundige Mariska van Veen: ‘De monitoring doe ik vooral digitaal. We werken met de BeterDichtbijapp, waarmee ik de vrouwen eenvoudig kan volgen. Daarnaast gebruik ik de mail en de telefoon, afhankelijk van de voorkeur en mogelijkheden van de vrouw. Voor de voedingseducatie maken we onder meer gebruik van de meertalige video’s van Dieetvideo.nl.’ Na het eerste contact in het zwangerschapscarrousel worden de vrouwen twee weken gevolgd. Petra: ‘Gaat het goed, dan gaan ze terug naar de eerste lijn. Zo niet, dan blijven ze bij ons onder controle.’
‘We werken met de BeterDichtbijapp, waarmee we vrouwen eenvoudig digitaal kunnen volgen’
Type 1 blijft in ziekenhuis
Voor vrouwen met diabetes type 1 of 2 die al onder behandeling zijn bij het Tergooi MC geldt een ander beleid. Mariska: ‘Deze vrouwen blijven bij hun vaste diabetesverpleegkundige en internist of verpleegkundig specialist. Hier hebben we bewust voor gekozen. We kennen deze vrouwen vaak al jarenlang en weten wat er speelt. Dan is het prettig, voor henzelf én voor ons, om de zorg ook tijdens een zwangerschap voort te zetten. De begeleiding is heel intensief. Vaak heb ik wel wekelijks of tweewekelijks contact met de vrouwen, dikwijls telefonisch of per mail. Naast de gynaecoloog ziet de vrouw de internist of verpleegkundig specialist dan ongeveer eens in de twee maanden.’
Meerwaarde
Hoewel het effect op uitkomsten zoals geboortegewicht of complicaties niet exact bekend zijn bij het WKZ is de meerwaarde van het zwangerschapscarrousel voor Marian duidelijk. ‘We ontlasten de vrouwen doordat alle afspraken in één bezoek plaatsvinden. Als professionals kunnen we snel schakelen, omdat we op één poligang werken. Dit is heel fijn want in een zwangerschap heb je maar beperkte tijd om optimale zorg te leveren. Daarnaast leren we veel van elkaars expertise, wat de multidisciplinaire besluitvorming versterkt.’



