De voedingsondersteuning bij diabetes is in veertig jaar tijd ingrijpend veranderd. Van standaarddiëten met weegschalen tot gepersonaliseerde adviezen met sensoruploads. Wat bleef, is de centrale rol van de diëtist, de schakel tussen voeding, mens en technologie.

Diëtisten Tietia Berghuis (l) en Simone Boer: ‘De kunst is mensen te begeleiden bij wat wél werkt, met oog voor hun kracht, gedrag en eigen regie’
In de jaren zeventig was de diabeteszorg strikt en uniform. De internist had drie standaarddieetbriefjes in de lade: 800, 1000 of 1200 kcal diabetesdieet. Tietia Berghuis, diëtist, Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) zegt hierover: ‘Iedere patiënt met diabetes kreeg een van deze standaardbriefjes mee. Het dieet was hetzelfde, ongeacht leeftijd of type diabetes. Het was een tijd van tellen, wegen en controleren. Niet van motiveren of overleggen.’
‘Het dieet was hetzelfde, ongeacht leeftijd of type diabetes’
Kaartenbakken met basisproducten
De diëtist werkte niet alleen op de afdeling, maar ook op de voedingsadministratie en soms zelfs in de keuken. Voeding werd exact afgewogen en afgestemd op vaste doses insuline. Bloedglucose meten kon nauwelijks, dus er werd vooral gekeken naar een goede verdeling van de koolhydraten. De voedingslijsten werden met een typemachine op doordrukvellen gemaakt. In kaartenbakken stonden de voedingswaarden van basisproducten: Kcal/ KJ, eiwit, vet, koolhydraten, natrium en kalium.
Loslaten en weer aanscherpen
Begin jaren tachtig kwam er verandering. De starre diëten werden losgelaten, patiënten kregen meer vrijheid. Dat leidde echter tot grote schommelingen in glucosewaarden. De komst van de bloedglucosemeters maakte zichtbaar wat voeding daadwerkelijk deed. Berghuis: ‘Toen de meters kwamen, zagen we dat het loslaten ook risico’s had. Als reactie daarop gingen we weer meer sturen, maar met meer inzicht. Onze rol als diëtist veranderde. Van het uitvoeren van regels, gingen we meer sturen op gedrag.’
Het gaat om balans, niet om extremen
Van tellen naar leren schatten
In de decennia daarna verschoof de aandacht van exact tellen naar inschatten en flexibiliteit. Patiënten kregen meer regie, maar moesten leren vertrouwen op hun eigen inzicht. Dat ging niet zonder weerstand. Wie jarenlang had geteld, vond en vindt het nog steeds lastig om dit los te laten. Berghuis: ‘De diëtist werd steeds meer coach in plaats van voorschrijver. Er kwam ruimte voor gesprek, motivatie en aanpassing aan de persoon. De focus lag niet langer op cijfers, maar op bewustwording.’
Koolhydraatbeperking
Zo’n vijftien jaar geleden bereikte de golf van koolhydraatbeperkte diëten ook de diabeteszorg. Zowel mensen met type 1 als type 2 gingen experimenteren met koolhydraatbeperkte en ketogene voeding. Berghuis: ‘We zijn geen voorstander van zeer streng koolhydraatbeperkt eten. Het gaat om balans, niet om extremen. Beperking in snoepen en bewust minder koolhydraten is prima, maar zodra de voeding niet meer volwaardig is voor lange tijd, is dit niet goed voor de gezondheid.’ In deze tijd groeit ook de aandacht voor eetstoornissen bij diabetes, een probleem dat vaak onopgemerkt blijft. Ook de combinatie diabetes en coeliakie vraagt om specifieke kennis.
Zelfmanagement als sleutel
De laatste vijftien jaar vormt zelfmanagement de kern van de diabeteszorg. Hierbij is het uitgangspunt dat iemand met diabetes alles moet kunnen eten, mits bewust en in balans. De begeleiding richt zich op kennis en gedrag. Groepsvoorlichting, inzicht in effecten van voeding en ervaringsuitwisseling stimuleren mensen om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Berghuis: ‘Er zijn zóveel producten tegenwoordig, dat je nooit alles kunt bijhouden. Het draait niet meer om lijsten met producten, maar om inzicht en bewustwording.’
Minder persoonlijk contact betekent dat subtiele signalen, zoals eetproblemen of stress, makkelijker gemist worden
Technologie en samenwerking
De technologische ontwikkeling van de laatste tien jaar heeft de zorg fundamenteel veranderd. Glucosesensoren, insulinepompen en apps leveren een overvloed aan data. Deze data hebben veel inzicht gegeven, bijvoorbeeld in sterke stijgingen in de bloedglucosewaarden na het drinken van vruchtensappen en frisdrank. Dranken nemen in de maag nu eenmaal de binnenbocht en komen dus sneller in de darmen aan. Voor diëtisten en diabetesverpleegkundigen betekende dit ook meer informatie, en hierdoor ook meer complexiteit. Voedingskennis alleen volstaat niet, inzicht in sensoren, bolusstrategieën en trends is essentieel.
De samenwerking tussen disciplines is intensiever geworden. Het gesprek gaat minder over wat iemand eet, en meer over wanneer, waarom en met welk effect. Berghuis: ‘Je moet als diëtist snappen hoe technologie werkt, anders mis je informatie en is het moeilijker om glucosewaarden goed te interpreteren en patiënten zelfmanagement te leren.’
Trends op sociale media
Door digitale zorg is de bezoekdruk afgenomen, maar dat kent risico’s. Minder persoonlijk contact betekent dat subtiele signalen, zoals eetproblemen of stress, makkelijker gemist worden. Daarbij is er ook een grotere variatie aan voedingsgewoonten, zoals veganistisch en lactosevrij eten. Daarnaast moeten we ook de trends op sociale media over eetgewoonten niet onderschatten.
Toekomst: mens en technologie
De toekomst van de diëtetiek ligt in de balans tussen mens en technologie. Digitale hulpmiddelen ondersteunen, maar vervangen nooit de menselijke begeleiding. Ongezonde voeding en menselijk gedrag zullen er altijd zijn. Berghuis: ‘De kunst is mensen te begeleiden bij wat wél werkt, met oog voor hun kracht, gedrag en eigen regie.’ De diëtist van de toekomst beweegt mee met technologie, maar blijft geworteld in menselijkheid. Niet langer drie standaardbriefjes, maar persoonlijke begeleiding, afgestemd op het individu.
Conclusie
Vijftig jaar diabeteszorg laat zien hoe groot de invloed van tijd, technologie en mensbeeld is op voeding. Waar vroeger strenge regels golden en er een tijd was waarin alles mogelijk was, draait het nu vooral om zelfmanagement. En hoewel de middelen veranderen, blijft één ding hetzelfde: de diëtist blijft een basisbehoefte in de diabeteszorg.




