In 2026 wordt de herziening van de Verensorichtlijn ‘Diabetes mellitus type 2 bij kwetsbare ouderen’ verwacht. ‘De huidige richtlijn stamt uit 2011’, zegt verpleegkundig specialist Anita Overes. ‘Na veertien jaar en enorm veel veranderingen in de diabeteszorg, is een herziening meer dan gewenst.’ In dit artikel licht ze samen met diabetesverpleegkundige Guusje Neijens alvast een tipje van de sluier van de nieuwe richtlijn.

Anita Overes, verpleegkundig specialist Verpleeghuis- en Diabeteszorg: ‘Meer dan veertig jaar diabeteszorg heeft erin geresulteerd dat ook mensen met type 1 steeds ouder worden. Ze komen steeds vaker in beeld bij de ouderenzorg en hier is de praktijk nog niet klaar voor’

Guusje Neijens, diabetesverpleegkundige en master Innoveren in Zorg en Welzijn: ‘Er zal meer aandacht komen voor het schadelijke effect van hyperglykemie op de kwaliteit van leven’
Op uitnodiging van de Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso) namen Overes en Neijens zitting in de werkgroep ter herziening van de Verensorichtlijn ‘Diabetes mellitus type 2’. Hiermee vertegenwoordigen ze de richtlijnencommissie van de V&VN Diabeteszorg.
Overes: ‘Bij diabetes mellitus maken we nu vooral onderscheid in diabetes type 1 en type 2. In de Verensorichtlijn ligt de focus op diabetes type 2. Maar veertig jaar diabeteszorg heeft erin geresulteerd dat ook mensen met type 1 steeds ouder worden. Ze komen steeds vaker in beeld bij de ouderenzorg en hier is de praktijk nog niet klaar voor. In 2026 wordt binnen de Verensorichtlijn een separaat addendum geschreven voor mensen met diabetes type 1 in de ouderenzorg. Deze wordt in de nazomer van 2026 verwacht.’
Veertig jaar diabeteszorg heeft erin geresulteerd dat ook mensen met type 1 steeds vaker in beeld komen binnen de ouderenzorg
Hyperglykemie
Vooruitlopend op de publicatie van de Verensorichtlijn in 2026 signaleert Neijens enkele nieuwe inzichten die in de komende richtlijn worden opgenomen. Ze zegt: ‘Er zal meer aandacht komen voor het schadelijke effect van hyperglykemie op de kwaliteit van leven. Verschijnselen als sufheid, moeheid, dorst, polyurie, recidiverende cystitis, agitatie, jeuk en slecht genezende wonden, zijn belastend voor de persoon met diabetes. Maar daarnaast zijn deze klachten ook zorgintensief. Hyperglykemie vergroot direct de druk op personeel, kosten en materialen. Dit inzicht vraagt om een open en adequate samenwerking tussen alle betrokkenen.’
Valpreventie
‘Daarnaast blijft valpreventie, of beter gezegd hypopreventie, belangrijk’, vervolgt Neijens. ‘Maar waar dat in het verleden soms leidde tot onverschilligheid tegenover hyperglykemie, vraagt de nieuwe richtlijn om meer balans. De behandelaar bepaalt per situatie en levensfase wat het primaire behandeldoel is. Als iemand bijvoorbeeld een geïnfecteerde wond heeft, wordt infectiepreventie en wondsluiting direct het hoofddoel, en zal actief moeten worden ingezet op normoglykemie, uiteraard met oog voor valpreventie.’
Hyperglykemie vergroot direct de druk op personeel, kosten en materialen
Diagnostische sensor
Tot slot kan met behulp van sensortechnologie sneller een gerichte behandeling worden ingezet. Neijens: ‘Deze technologie geeft inzicht in glucosevariatie, een nieuwe en waardevolle parameter. Sensoren worden niet langer alleen gekoppeld aan het aantal insuline-injecties, maar ook aanbevolen voor diagnostische inzet of tijdelijke intensivering van metingen, om tot een adequatere behandeling te komen. Wat onveranderd blijft, is dat de behandelaar in alles rekening houdt met de conditie en levensfase van de cliënt.’
Levensfase en levensverwachting
De richtlijn gaat in op verantwoorde diabeteszorg bij kwetsbare ouderen in de thuissituatie, verzorgings- en verpleeghuizen. De behandeldoelen zijn persoonsgericht, gezien de complexe samenhang van vitaliteit en comorbiditeit binnen de ouderengeneeskunde. Overes: ‘Wat de zorg voor deze groep onderscheidt van de reguliere diabeteszorg voor volwassenen, is dat de behandeling altijd wordt afgestemd op de levensfase en levensverwachting’, legt ze uit. Bij ouderen gaat de aandacht voor de kwaliteit van leven boven die van een strikte diabetesregulatie, zoals Guusje hiervoor ook al schetst. Maar wanneer de vitaliteit afneemt en de kwetsbaarheid toeneemt, verandert het medisch beleid.
‘Dat kan variëren van een actief ziektebeleid volgens de NHG-standaard, afgestemd op een onvoorspelbaar eetpatroon of verminderde cognitie, tot een palliatief beleid gericht op symptoomverlichting en mogelijke levensverlenging bij een beperkte levensverwachting van drie tot vijf jaar. In de laatste levensfase, korter dan drie maanden, verschuift de focus volledig naar comfort en symptoomverlichting.’
Aandachtspunten addendum diabetes type 1
Voor mensen met diabetes type 1 wordt een apart addendum ontwikkeld, omdat hier in de oorspronkelijke richtlijn geen specifieke opdracht voor was gegeven. De zorg voor ouderen met diabetes type 1 is een multidisciplinaire verantwoordelijkheid. Aandachtspunten zullen zijn:
- Bereid tijdig de transitie voor van reguliere zorg voor mensen met diabetes type 1 naar ouderenzorg, idealiter door het diabetesteam vanaf de leeftijd van 70–75 jaar. Dit is vergelijkbaar met de overgang van kinder- naar volwassenzorg bij jongeren. Nieuw voor de diabetesteams is hierbij het meer gaan werken met Proactieve Zorgplanning.
- Bepaal tijdig of en in welke vorm diabetestechnologie behouden blijft en zorg voor veilige randvoorwaarden. Denk aan de rol van het netwerk en de regiebehandelaar, bijvoorbeeld een verpleegkundig specialist met een leidende rol.
- Pas tijdig de glucose- en HbA1c-streefwaarden aan, met nadruk op het voorkomen van hypoglykemieën.
- Staak insuline nooit volledig: ook in de stervensfase is een minimale dosering basale insuline noodzakelijk om ketoacidose te voorkomen. Het doel blijft altijd het bevorderen van comfort.
Aanbevelingen diagnostiek: systematisch literatuuronderzoek
Het stellen van een diagnose diabetes type 2 is alleen zinvol als er ook een behandelconsequentie is. Stel de diagnose DM bij:
- twee nuchtere plasmaglucosewaarden ≥ 7,0 mmol/L op twee verschillende dagen
- nuchtere plasmaglucosewaarde ≥ 7,0 mmol/L of willekeurige plasmaglucosewaarde ≥ 11,1 mmol/L in combinatie met klachten passend bij hyperglykemie
- bepaal glucosewaarden bij tekenen van niet-welbevinden die kunnen duiden op hyperglykemie (toelichting in de richtlijn).
Glucosebepalen bij corticosteroïden gebruik
Meet bij patiënten die gestart zijn met een behandeling van ≥10mg/dag corticosteroïden de glucosewaarden de eerste twee weken na de start van de behandeling op dag twee en dag vijf voor het avondeten. Als de glucosewaarden verhoogd zijn, meet dan de glucosewaarden vaker. Na de eerste twee weken kan het bepalen van de glucosewaarden worden uitgerekt. Bij een langer gebruik van de corticosteroïden zouden de glucosewaarden elke drie maanden gemeten moeten worden.
Maatregelen bij onrust
Ga bij het afnemen van bloed na hoe belastend het doen van de meting is ten opzichte van wat de meting oplevert. Als de handeling onrust kan veroorzaken bij de patiënt neem dan onrust verminderende maatregelen (diagnostische sensorglucosemeting, expert opinion) die aansluiten bij de persoon en maatregelen die positieve reacties teweegbrengen. Stel de patiënt op zijn gemak en leg uit wat je doet (Richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie, Verenso 2018).
Glykemisch management: expert opinion
- Bespreek het gebruik van diabetestechnologie
- De situatie van de patiënt is leidend voor het geven van medische behandeling. Zonder klachten van hypo- of hyperglykemie kan het behandelbeleid gecontinueerd worden, tenzij er aanwijzingen zijn voor instabiliteit. Bij gewijzigde situatie dient het behandeldoel afgestemd te worden op de situatie van de patiënt, bijvoorbeeld bij een onvoorspelbaar eetpatroon of een vermindering in cognitie en slecht kunnen aangeven van klachten
- De proactieve zorgplanning is in de palliatieve fase leidend. Bij klachten van hypo- of hyperglykemie kan de medicatie bijgesteld worden volgens een tabel gebaseerd op NHG-standaard Diabetes (2024).
Medicamenteuze behandeling: systematisch literatuuronderzoek
- De medicijngroepen SGLT2-remmers, GLP1-agonisten en DPP4-remmers hebben glucoseverlagende effecten en maken onderdeel uit van de medicatiestappenplannen voor volwassenen met diabetes type 2 zoals opgenomen in de NHG-Standaard Diabetes Mellitus type 2 (2024), de richtlijn Medicamenteuze behandeling van zeerhoogrisicopatiënten (NIV/NHG 2021) en de richtlijn diabetes type 2 bij ouderen van de NIV (2024).
- Deze medicijnen worden inmiddels regulier voorgeschreven en zullen dus vaker voorkomen bij de doelpopulatie van deze richtlijn. Per medicament worden in de richtlijn overwegingen genoemd om te starten of stoppen, al dan niet in combinatie met bestaande orale middelen en insuline.
- Overstijgend voordeel is dat de nieuwe middelen glucoseafhankelijk werken en geen hypoglykemie kunnen induceren, behalve in combinatie met SU-derivaten en insuline.
- Algemeen advies is om bij onvoorspelbare intake de SU-derivaten te vervangen.
CVRM: multidisciplinaire richtlijn van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en NHG, expert opinion
- Voor een classificatie van risico op hart- en vaatziekten (HVZ) wordt de bestaande tabel van FMS gebruikt. Risico’s hierbij zijn: diabetes type 2, chronische nierschade (CNS), hypertensie en dyslipidemie.
- Aanbeveling: maak een keuze uit vitale of kwetsbare oudere voor al dan niet behandelen. Bepalend zijn de levensverwachting en geschat risico op vasculair event. Vermijd gebruik van alpha- of bèta-blokkers vanwege bijwerkingen met verhoogd valrisico.
Verantwoording
Er is gebruik gemaakt van een multidisciplinaire werkgroep met ondersteuning van Verenso, en een multidisciplinaire klankbordgroep.
Juridische betekenis
Specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten moeten voldoen aan de door de eigen beroepsvereniging geautoriseerde standaard, gezien als deel van de ‘professionele standaard’.
Procesinformatie
- Patiëntenperspectief: in alle fasen is de DVN betrokken geweest.
- Klankbordgroep: bij knelpuntenanalyse en commentaarfase.
- AGREE II-beoordeling volgens Zorginstituut 2021, internationaal breed geaccepteerd.
- Van knelpunten naar aanbevelingen
- Van conceptrichtlijn tot publicatie: gepland in voorjaar 2026, richtlijnendatabase van Verenso.
TIP!
Maak jij al gebruik van de Kennisbank op DiabetesPro.nl? Hier vind je een overzicht van alle belangrijke richtlijnen. De Kennisbank wordt jaarlijks geactualiseerd door de richtlijnencommissie van de V&VN Diabeteszorg.




