Wanneer pas je de diabeteszorg aan bij cognitieve stoornissen?

© {je_article_foto-credit}

{je_article_foto-bijschrift}

Casus

25 mei 2023 –

Arianne van Bon, internist Rijnstate Ziekenhuis | redactielid DiabetesPro

Mensen met type 1 diabetes worden steeds ouder. Daarmee stijgt ook het aantal oudere mensen met type 1 en cognitieve stoornissen. Deze stoornissen kunnen impact hebben op het zelfmanagement van de diabetes. Wat doe jij als je hiervan duidelijke signalen ziet? Dat dit soms ingewikkeld kan zijn, illustreert deze casus.

Een inmiddels 82-jarige man kreeg op 40-jarige leeftijd de diagnose type 1 diabetes. Door de jaren heen was zijn diabetes mooi gereguleerd met langwerkende insuline en kortwerkende maaltijdinsuline. Zijn HbA1c-waarden schommelden rond de 46 tot 58 mmol/mol. Desalniettemin kampte meneer met frequente hypoglykemieën door overcorrecties twee uur na de maaltijd, gevolgd door reactieve hyperglykemieën, die eveneens werden gecorrigeerd. Tevens was er sprake van hypo unawareness. 

Afgelopen tien jaar is nagenoeg bij elk polibezoek geadviseerd om de postprandiale glucosewaarden en de daarop volgende reactieve hyperglykemieën niet te corrigeren met insuline. Meneer kon deze adviezen niet goed opvolgen, vanwege zijn angst voor diabetescomplicaties. 

Vervolgens adviseerden we hem om minder vaak zijn glucosewaarden te controleren met als doel minder in de verleiding te komen om insuline te spuiten. Het advies was: enkel nuchter en tweemaal in de week een dagcurve prikken. Dit was evenmin de oplossing. Toen hij in aanmerking kwam voor een FSL werd het voor hem nog lastiger om niet in te grijpen bij hoge glucosewaarden. Hij had minimaal twee hypo’s per dag. 

Soms vergat hij insuline te spuiten; een andere keer vergat hij dat hij al insuline had gespoten

Ongeveer vier jaar geleden werd een prostaatcarcinoom bij hem vastgesteld. In de periode dat hij hiervoor werd behandeld, nam de aandacht voor zijn diabetes wat af. Hierdoor had hij minder hypo’s en steeg het HbA1c naar 58 mmol/mol. Toch hield het corrigeren van glucosewaarden aan, maar ook dankzij de alarmfunctie van de FSL namen de dagelijkse hypoglykemieën af. 

Anderhalf jaar geleden werd meneer getroffen door een ischemisch CVA met als restverschijnsel matig ernstige afasie. Na dit CVA ontstonden langzaam cognitieve stoornissen. Het inschatten van koolhydraten en aanpassen van de insulinedosering bij beweging werden steeds ingewikkelder. Soms vergat hij insuline te spuiten; een andere keer vergat hij dat hij al insuline had gespoten. 

Een half jaar geleden werd met klem geadviseerd over te stappen naar mixinsuline en bij hogere glucosewaarden pas bij te regelen met kortwerkende insuline. Na enkele polibezoeken stemde de familie hierin toe. Thuiszorg mochten we niet aanvragen; het echtpaar wilde het zelf doen. 

Recent is meneer opgenomen met onmeetbare hoge glucosewaarden zonder tekenen van infectie, nieuw herseninfarct of delier. Het is duidelijk geworden dat enkele dagen voor opname geen glucosewaarden meer werden gemeten en waarschijnlijk ook geen insuline meer is toegediend. Bij ontslag nam de huisarts de diabeteszorg over en werd er thuiszorg geregeld.

Vorig bericht

‘Ik vond een ‘oudere patiënt’ met diabetes type 1 van 39 jaar’

Volgend bericht

Overstappen van het ziekenhuis naar het bedrijfsleven. Hoe bevalt dat?