Hoe verliep de overstap naar biosimilar vanuit patiëntperspectief?

© {je_article_foto-credit}

dav

{je_article_foto-bijschrift}

Hoe hebben patiënten de overgang van een biological insuline naar een biosimilar insuline ervaren? Voor mijn Master Advanced Nurse Practice heb ik dit onderzocht vanuit het perspectief van patiënten. Uit mijn onderzoek bleek dat diabetesverpleegkundigen een belangrijke rol spelen bij deze overgang en dat het geven van informatie en duidelijke adviezen cruciaal is voor een goede overstap naar biosimilars.

Na ruim achttien jaar ervaring als diabetesverpleegkundige ben ik in september 2019 gestart met de Master Advanced Nurse Practice aan de Hogeschool Leiden. Ik wildemeer verdieping vinden in mijn vakgebied, het verpleegkundig en medisch domein kunnen combineren en mij bekwamen in klinisch redeneren, rapporteren, lezen en doen van onderzoek. Ik heb deze master binnen twee jaar afgerond. Momenteel werk ik als verpleegkundig specialist op de diabetespoli van het Alrijne Ziekenhuis in Leiden en Leiderdorp. Hier heb ik ook mijn onderzoek gedaan.

Zeven competentiegebieden
Volgens de CanMEDSrollen kent de verpleegkundig specialist zeven competentiegebieden: klinisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie, maatschappelijk handelen, professionalisering, kennis en wetenschap. Met mijn masterthesis ‘de opkomst van biosimilar insuline, het perspectief van de patiënt’ heb ik mijn kennis in wetenschappelijke vaardigheden laten zien. Het was voor het eerst dat ik een onderzoek heb opgezet, uitgevoerd en geanalyseerd.

Verpleegkundig specialist Paula Warmerdam: ‘Volgens het huidige protocol zou het overgangsproces gestart moeten worden door de diabetesverpleegkundige, maar in ruim 63% van de gevallen werd dit gestart door de apotheek’

De aanleiding
De aanleiding voor dit onderzoek was de toename van het gebruik van biosimilar insuline. Deze ontwikkeling riep vragen op bij mijn collega’s en onze diabetespatiënten. Een biosimilar insuline (Abasaglar®) bevat dezelfde biologische stof als de ‘originele’ insuline (Lantus®). Vaak wordt een biosimilar ontwikkeld als het patent van een geneesmiddel is verlopen.

Doel
Mijn doel was inzicht krijgen in de patiëntervaringen bij het overgangsproces van Lantus® naar de biosimilar Abasaglar®. Welke aspecten zijn van belang om dit proces optimaal te laten verlopen, zodat de tevredenheid van de diabetespatiënt toeneemt? Is er een verband tussen tevredenheid en wie de overgang naar een biosimilar inzetten? Zijn er beïnvloedende factoren waarmee rekening gehouden kan worden om de patiënttevredenheid te bevorderen?

Design
Het ging om een retrospectief kwantitatief onderzoek bij 41 insulineafhankelijke diabetespatiënten. Hierbij heb ik gebruikgemaakt van Hoe hebben patiënten de overgang van een biological insuline naar een biosimilar insuline ervaren? Voor mijn Master Advanced Nurse

Practice heb ik dit onderzocht vanuit het perspectief van patiënten. Uit mijn onderzoek bleek dat diabetesverpleegkundigen een belangrijke rol spelen bij deze overgang en dat het geven van informatie en duidelijke adviezen cruciaal is voor een goede overstap naar biosimilars. een bestaande vragenlijst van het RadboudUMC. Aanvullend is er dossieronderzoek uitgevoerd naar patiëntgebonden variabelen. Data over patiëntinformatie, voorlichting en instructie, bijwerkingen, tevredenheid en ervaringen werden verzameld. Analyses zijn gedaan in SPSS (een statistisch computerprogramma).

Deelnemers en populatie
Bij het onderzoek waren insulineafhankelijke diabetespatiënten tussen de 27 en 86 jaar betrokken uit het Alrijne Ziekenhuis. De deelnemers waren tussen 2018 en eind 2020 overgestapt van Lantus naar Abasaglar.

Tabel 1. geeft de demografische gegevens van de onderzoeksgroep weer. Wat opvalt is dat er 31,8 % meer mannen in het onderzoek zaten (N 13) dan vrouwen. Voor deze onderzoeksgroep werd ook een kleiner percentage (24,4 %) DM1 patiënten (N10) gezien dan DM2 patiënten. Vóór de overgang op de biosimilar gaven de deelnemers moeheid en verminderde energie aan als de belangrijkste klachten in het dagelijks leven. Volgens het huidige protocol zou het overgangsproces gestart moeten worden door de DVK, maar in 63,4% van de gevallen werd dit gestart door de apotheek. De DVK gaf de meeste informatie over biosimilar, ook als de apotheek het overgangsproces in gang zette. Het merendeel kreeg geen informatie (43,9%). Merendeel van de onderzoekspopulatie zag niet op tegen het overgangsproces (61%).

Respons
Er werden 105 vragenlijsten verstuurd, daarvan kwamen 41 lijsten retour (39,1% respons). De gegevens van 41 diabetespatiënten werden gebruikt voor het onderzoek. Bij vijf vragenlijsten heeft de onderzoeker (VIOS) nagebeld i.v.m. ontbrekende antwoorden, die alsnog konden worden ingevuld.

Vragenlijst patiënttevredenheid

De ervaringen van de diabetespatiënten werden gemeten met de patiënttevredenheidvragenlijst van het RadboudUMC. Dit waren de onderwerpen die aanbod kwamen: 

1. Informatie duidelijk over reden van overstap.

2. Instructie gehad Abasaglar.

3. Tevredenheid voorlichting overstapproces, vertaald in vertrouwen na voorlichting nieuwe middel.

4. Werkzaamheid Abasaglar.
Om zicht te krijgen op verschil in werkzaamheid konden de deelnemers aankruisen of ze een verschil hadden gezien in de glucosewaarden tussen de twee soorten insuline. Hierbij werd rekening gehouden met gewicht als mogelijke confounder. Als dit het geval was, werd hiervoor gecorrigeerd. Bij stabiel gewicht kan er gesproken worden over vergelijkbare werkzaamheid van Abasaglar.

5. Mogelijke bijwerkingen.
Om bijwerkingen in beeld te krijgen, werd gevraagd of er kort na de overgang naar Abasaglar bijwerkingen zijn ervaren en welke dit waren. Bij een ‘Ja’ kruiste de patiënt een of meerdere van de volgende bijwerkingen aan: pijn, jeuk en/of irritatie op de injectieplaats, brandend gevoel bij injectie, brandend gevoel na injectie in het gehele been, dof of doodgevoel in het injectiebeen, spierstijfheid, tintelingen, hoofdpijn, roodheid en/of zwelling rondom injectieplaats, allergische reactie.

6. Ervaringen nieuwe injectiepen van Abasaglar
Voor ervaringen met materiaalgebruik werd gevraagd naar wel of geen instructie, gebruik pen voor overgang en gebruikersgemak. Scores werden als volgt aangegeven: heel gemakkelijk, enigszins makkelijk, enigszins moeilijk, heel moeilijk.

‘Wat mij betreft mag de diabetespatiënt geen speelbal worden van de zorgverzekeraars’

De resultaten
26,8% van de diabetespatiënten ervaarde dat er vaak maar drie van de zes onderdelen uit de vragenlijst over het overgangsproces naar Abasaglar in orde waren. Met name informatie, voorlichting en instructie werden gemist. De meeste deelnemers werden door de apotheek omgezet, in tegenspraak met de gemaakte afspraken met de verschillende partijen die betrokken waren bij de overgang naar een biosimilar medicijn. Hierin was afgesproken dat de diabeteszorgverlener de aangewezen persoon was om de overgang te bespreken en zorgvuldig af te wegen of dit de juiste behandeling is. Ondanks dat de overgang naar een biosimilar veelal door de apotheek werd gestart, scoorde de diabetesverpleegkundige hoger op kwaliteit en tevredenheid; van bijna 30% versus 5% gemeten voor de apotheek. Dit kwam omdat de patiënten contact zochten met hun diabetesverpleegkundige waarvan zij alsnog de nodige informatie, voorlichting en instructie kregen. Dit nam veel onduidelijkheid en onrust weg. De volgende factoren waren al voor de overgang naar Abasaglar aanwezig en hadden invloed op hoe de mensen de verandering ervaarden: gebrek aan informatie; depressieve gevoelens waardoor het managen van diabetes al veel energie vraagt en vinden dat het veranderen van de insulinebehandeling frustratie en onzekerheid geeft. Daarnaast werd een verschil gezien in perceptie tussen man en vrouw, waarbij de vrouwen in het onderzoek meer negatieve gevoelens aangaven. 

Conclusie
Dit onderzoek bevestigt dat goed geïnformeerd worden voor en tijdens het overgangsproces van groot belang is voor de mate van tevredenheid. De positievere score voor de diabetesverpleegkundigen bij de overgang naar Abasaglar had te maken met het geven van duidelijke informatie en adviezen, terwijl zij vaak later in het traject pas geconsulteerd werden. Er is ruimte voor verbetering voor zowel de diabetesverpleegkundigen als de apothekers. Voor de diabetesverpleegkundigen is het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op het gebied van medicatie, zoals het voorschrijven van biosimilars. Voor de apotheker is het van belang contact te onderhouden met de voorschrijver en goede informatie te verstrekken aan de patiënt. Dit onderzoek laat zien dat er een verbetering in de aanpak nodig is bij de overgang naar een biosimilar insuline. De samenwerkingsafspraken vanuit de Nederlandse Diabetesfederatie, de Diabetesvereniging Nederland, de apothekersvereniging en de zorgverzekeraar moeten geëvalueerd worden. Mogelijk moet het naleven van het stappenplan aangescherpt worden.

Opnieuw actueel
Het onderwerp van dit onderzoek is nog steeds actueel. Op 1 maart 2023 ging voor een aantal zorgverzekeraars in Nederland de preferente aanwijzing in van insuline glargine voor nieuwe en bestaande gebruikers. Dit houdt in dat mensen die eerder al omgezet zijn naar Abasaglar nu weer terug moeten op de Lantus! Wat mij betreft mag de diabetespatiënt geen speelbal worden van de zorgverzekeraars. Deze situatie geeft opnieuw frustratie en onrust onder deze toch al kwetsbare chronische patiëntengroep. Verder is het voor de zorgverleners ook niet meer uit te leggen naar de patiënten toe, en wordt het voorschrijven van medicatie onder druk gezet.

Vorig bericht

Vacature Ypsomed

Volgend bericht

Is het tellen van koolhydraten nog wel nodig bij gebruik van een hybrid closed loop systeem?