Eerste hulp bij huidproblemen als gevolg van diabeteshulpmiddelen

© {je_article_foto-credit}

{je_article_foto-bijschrift}

Diversen

19 jun 2023 –

Op het spreekuur komt een een 19-jarige vrouw. Zij is sinds 6 jaar is bekend met diabetes type 1. Om haar glucosewaarden te reguleren, gebruikt zij een insulinepomp, die haar uitstekend bevalt. Een jaar geleden is zij ook gestart met het gebruik van een glucosesensor, die zij op haar bovenarm bevestigt. Aanvankelijk verliep dit zonder problemen, maar een paar maanden geleden merkte zij op dat de plek waar zij de sensor had gedragen rood werd, ook had zij jeuk. In de periode die volgde namen deze klachten geleidelijk toe. Inmiddels zijn de klachten zo erg dat zij een dag na het bevestigen al last krijgt van vreselijke jeuk, het gaat echt niet meer. In overleg met haar diabetesverpleegkundige zijn er verschillende maatregelen genomen om de jeuk te voorkomen, zoals het gebruik van onderpleisters. Helaas zonder blijvend succes. 

Emma van Oers is als geneeskundestudent betrokken bij onderzoek op de afdeling dermato-allergologie in het Amsterdam UMC

Herkent u deze situatie?
Het gebruik van glucosesensoren en insulinepompen heeft voordelen voor zowel de glucosewaarden als de kwaliteit van leven van de gebruiker. Helaas kleeft er voor een deel van de gebruikers een vervelend nadeel aan het gebruik van deze hulpmiddelen: zij krijgen te maken met contacteczeem. In bepaalde gevallen zijn de klachten van het contacteczeem dusdanig ernstig, dat zij noodgedwongen moeten stoppen met het gebruik van hun hulpmiddel. In dit artikel wordt meer uitgelegd over het hebben van contacteczeem bij het gebruik van glucosesensoren en insulinepompen. Waarom ontstaat dit probleem en, belangrijker, kan er iets aan worden gedaan?

Elf adviezen voor behandelen huidreactie op glucosesensor of infusieset

Contacteczeem
Contacteczeem, ook wel bekend als contactdermatitis, is een steriele ontsteking van de huid die kan optreden na blootstelling aan bepaalde stoffen. Deze ontstekingsreactie gaat vaak gepaard met symptomen zoals roodheid, jeuk, blaarvorming en schilfering. Dit vervelende probleem kan veel ongemak veroorzaken. Contacteczeem kan worden onderverdeeld in twee categorieën: irritatief contacteczeem en allergisch contacteczeem. Aanvankelijk leek irritatief contacteczeem de meest waarschijnlijke diagnose voor de huidproblemen die ontstonden bij pomp en sensorgebruik. Later werd echter duidelijk dat allergisch contacteczeem ook aan de orde kan zijn, veroorzaakt door bepaalde stoffen die verwerkt zijn in de apparaten.

Irritatief contacteczeem
Naar verwachting bestaat het grootste deel van de groep huidproblemen bij sensor- en pompgebruik uit irritatief contacteczeem. Bij irritatief contacteczeem leiden beschadiging en uitdroging van de huid tot een ontstekingsreactie. Dit kan ontstaan door frequent contact met (veelvoorkomende) irriterende stoffen als zeep, water en schoonmaakmiddelen, maar ook als gevolg van repetitieve handelingen. Bij het gebruik van een sensor of pomp wordt de huid blootgesteld aan de materialen die hierin zitten, bijvoorbeeld de lijm van de pleister. Dit, in combinatie met het herhaaldelijk aanbrengen van de plaklaag op de huid, kan leiden tot deze beschadiging en uitdroging. Irritatief contacteczeem komt vaker voor op plekken met een kwetsbare huid, zoals de buikhuid en de binnenkant van de armen, en op plaatsen waar meer wrijving plaatsvindt. Kenmerkend voor irritatief contacteczeem is het geleidelijke ontstaan en dat de huidklachten uitsluitend voorkomen op de plek waar de huid in aanraking komt met de irriterende stof.

Ter preventie van nieuwe klachten kan corticosteroïd in een niet vette basis lokaal worden aangebracht  

Allergisch contacteczeem
Allergisch contacteczeem ontstaat wanneer het immuunsysteem een vertraagde allergische reactie vertoont op specifieke stoffen, bekend als allergenen. Er zijn er specifieke allergenen geïdentificeerd die verwerkt zitten in sensoren en pompen, met name in de lijm (methacrylaat, colofonium). Het lichaam beschouwt deze allergenen als een bedreiging, waardoor er een ontstekingsreactie in gang wordt gezet. Wanneer iemand een allergie heeft verworven kan de reactie bij ieder daaropvolgend contact met het allergeen sneller en heftiger optreden. In tegenstelling tot irritatief contacteczeem kan allergisch contacteczeem ook huidklachten veroorzaken op andere plaatsen van het lichaam, dus buiten de plek waar de apparaatjes zitten. Dit is echter klinisch slecht te onderscheiden.

Risicofactoren
Mensen met een minder integere huidbarrière zijn kwetsbaar voor het ontwikkelen van irritatief contacteczeem. Een situatie waarbij iemand een verstoorde huidbarrière heeft, is bij atopisch eczeem, ook wel atopische dermatitis. Atopisch eczeem is een chronische vorm van eczeem waarbij de huid jeukt en er rood, gezwollen en gebarsten uitziet. Atopisch eczeem is een van de symptomen die kan optreden bij iemand met een atopische achtergrond; andere symptomen zijn hooikoorts en atopisch astma. Atopie wordt vaak erfelijk overgedragen en is het resultaat van een combinatie van genetische en omgevingsfactoren. Mensen met een atopische aanleg hebben om deze reden een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van irritatief contacteczeem. Doordat schade en ontsteking van de huid het risico op sensibilisatie tegen stoffen verhogen, is irritatief contacteczeem een risicofactor voor het ontwikkelen van allergisch contacteczeem.

Om irritatie aan de huid te voorkomen, is het belangrijk de pleisters met beleid te verwijderen

Diagnostiek
Hoewel de oorzaken van irritatief en allergisch contacteczeem van elkaar verschillen, zijn zij op basis van het klinisch beeld slecht te onderscheiden. Een allergie plaktest is de aangewezen methode om een diagnose te stellen. Bij deze test worden verschillende stoffen in kleine hoeveelheden op de huid geplakt, meestal op de rug. De pleisters moeten een aantal dagen blijven zitten, voordat ze worden verwijderd. Daarna beoordeelt een dermatoloog of er een reactie heeft plaatsgevonden. In het geval van een positieve test op een van de geïdentificeerde allergenen, op de eigen sensor of pomp, wordt de diagnose allergisch contacteczeem gesteld. Wanneer geen allergie wordt aangetoont, is irritatief contacteczeem waarschijnlijker.

Niet wettelijk verplicht
Het vaststellen van de diagnose wordt bemoeilijkt doordat fabrikanten niet wettelijk verplicht zijn te vermelden welke stoffen verwerkt zijn in medische hulpmiddelen. Hierdoor kan niet worden uitgesloten of er, naast de geïdentificeerde allergenen, nog andere stoffen in zitten, die een reactie kunnen veroorzaken.

Hoe te behandelen?
Helaas bestaat er (nog) geen richtlijn voor het behandelen van deze huidproblemen. Binnenkort verschijnt er wel een leidraad voor de behandeling van deze huidproblemen, die diabetesverpleegkundigen handvatten kan geven. Deze leidraad is gebaseerd op ervaringen uit de klinische praktijk. Hieronder staan enkele adviezen die mogelijk nuttig zijn. Houd er rekening mee dat wat bij één patiënt werkt, niet noodzakelijk voor een ander werkt. Uitsluitsel over de aard van het contacteczeem kan richting geven bij het kiezen voor een behandeling. Verwijs de patient hiervoor zonodig naar de huisarts of dermatoloog.

Elf adviezen voor behandelen huidreactie op glucosesensor of infusieset

  • Bij mensen bij wie de huid reageert op het gebruik van glucosesensoren of insulinepompen is als eerste aandacht gewenst voor de huidverzorging en een juiste wijze van aanbrengen en verwijderen van de hulpmiddelen.
  • De glucosesensoren kunnen een enorme kleefkracht hebben. Om irritatie aan de huid te voorkomen, is het belangrijk de pleisters met beleid te verwijderen.
  • Daarnaast is het belangrijk de huid regelmatig te inspecteren op tekenen van eczeem, zodat er tijdig ingegrepen kan worden. 
  • In het geval van irritatief contacteczeem kan het helpen om de huid goed te verzorgen en bij voorkeur ongeparfumeerde producten te gebruiken. In sommige gevallen kan het ook zinvol zijn om de manier van plaatsing van de sensor of pomp aan te passen en te kiezen voor een locatie met minder frictie.
  • Bij een allergisch contacteczeem is het vooral van groot belang om consequent het allergeen te vermijden dat de reactie veroorzaakt.
  • Voor zowel irritatief als allergisch contacteczeem kan bij klachten kortdurend gebruik van lokale ontstekingsremmers, zoals dermatocorticosteroïden en calcineurinantagonisten, zorgen voor verlichting.
  • Om genezing te bevorderen kan het helpen huidverzorgende crèmes te smeren.
  • Ter preventie van nieuwe klachten kan corticosteroïd in een niet vette basis lokaal worden aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van het sensor- of pompsysteem. In de praktijk wordt hiervoor vaak neusspray gebruikt.
  • Bij irritatief contacteczeem kan ook het aanbrengen van een ruime pleister van rekbaar materiaal onder de sensor- of pomppleister helpen bij het verminderen en voorkomen van klachten.
  • In het geval van allergisch contacteczeem is een ruime pleister van materiaal dat ondoorlaatbaar is voor allergenen onder de sensor of pomppleister een optie.
  • Adviseer de patiënt het diabeteshulpmiddel iedere keer op een andere plek te bevestigen, zodat de aangedane huid tot rust kan komen.

Take home message
Contacteczeem is een heel vervelend probleem dat kan ontstaan bij het gebruik van glucosesensoren en insulinepompen. Dit eczeem kan irritatief of allergisch van aard zijn. Momenteel ontbreekt een richtlijn voor het behandelen van dit probleem. Bij ernstige huidproblemen is het raadzaam om patiënten door te verwijzen naar een dermatoloog voor verder onderzoek en vaststelling van de oorzaak van het eczeem (allergisch of irritatief).

Vorig bericht

Persoonsgerichte zorg begint met luisteren

Volgend bericht

Wijkgerichte aanpak 2diabeat stopt opmars diabetes type 2