Ik ben Sanne. Geen diabeet

© {je_article_foto-credit}

{je_article_foto-bijschrift}

Column

19 jun 2023 –

Ik kan me die dag nog goed herinneren. Ik had me voor mijn studie zó voorgenomen om nooit mee te gaan in het reduceren van mensen tot hun aandoening, maar in de vierde week van mijn eerste coschap ging het mis. De arts-assistent op de SEH vroeg of ik liever de POB’er (iemand met pijn op de borst) of de melaena wilde zien. ‘POB’er’ kwam er uit mijn mond. Ik vloekte zachtjes en nam me voor dit nooit meer te doen. Lang hield dat voornemen niet stand, de volgende dag verkoos ik hardop de icterus op kamer twee boven de POB’er op kamer drie, maar het blijft een pijnpuntje.

Mensen zien als hun aandoening depersonaliseert en faciliteert ziektegericht werken

Ik vind het zelf namelijk verschrikkelijk als iemand mij aanduidt als diabeet of suikerziektepatiënt. Het probleem met het reduceren van mensen tot hun aandoening is mijns inziens tweeledig. Ten eerste verlies je hiermee iets menselijks. Mensen als hun aandoening zien depersonaliseert het contact tussen zorgverlener en de persoon, het faciliteert ziektegericht werken. Dit kan heel efficiënt zijn als je maar tien minuten de tijd hebt, maar de zorg wordt er ook minder goed van. Om goede zorg te leveren, moet je namelijk de context van iemands klachten kennen, snappen in wat voor soort leven jouw adviezen geïmplementeerd moeten gaan worden en begrijpen hoe iemand in elkaar zit. Dat kan alleen als je de POB’er op bed drie kunt zien als de meneer die voorzitter is van de plaatselijke jeu de boules club, graag gaat varen met zijn kleinkinderen in het weekend en doodsbang is voor dokters. 

Ten tweede werkt het reduceren van mensen tot hun aandoening stigmatiserend. Door mij diabeet te noemen, word ik in één groep geplaatst met iedereen die diabetes heeft. Dat wil ik niet. Ik wil niet geassocieerd worden met mensen van 83 die een pilletje metformine gebruiken. Of met Nick Jonas, je buurvrouw met zo’n automatisch kastje, je kat of die ene oud-collega die door diabetes niet meer kan werken. En ik wil al helemaal niet tot de groep ‘diabeten’ behoren als een kinderarts tijdens onderwijs het heeft over ‘die diabeten die er met de pet naar gooien en daardoor niet goed groeien’ of de internist met wie ik poli draai die ‘diabeten niet zo’n leuke patiëntengroep vindt’. Ik voel me op zo’n moment aangesproken en veroordeeld. Het doet zeer, omdat je gereduceerd wordt tot iets dat je in jouw ogen niet bent. Ik ben Sanne. Geen diabeet. En toch doe ik het zelf ook.

Sanne van Beem (1999) is afgestudeerd gezondheidswetenschapper en loopt momenteel coschappen voor haar studie geneeskunde. Daarnaast is ze bestuurslid van Stichting eendiabetes. Sanne is dol op taal, katten en koffie en hoopt een bijdrage te leveren aan het menselijker maken van de zorg. 

Vorig bericht

Wijkgerichte aanpak 2diabeat stopt opmars diabetes type 2

Volgend bericht

Hoe kun je anticiperen en acteren op ondervoeding bij een oudere patiënt?